Winterverwachting
Woerden, 30 november 2003.
Bij het naderen van een winterseizoen bekijk ik wel eens de weerkaarten van 1962 / 1963 en heb me daarbij verbaasd over het verloop van deze winter. Het is een subtiel samenspel van de drukverdelingen die er zorg voor draagt dat het zo’n bijzondere winter werd.
Eind november de doorkomst van maritiem polaire lucht over Europa gevolgd door een anti-winterse locatie van een hogedrukgebied begin december boven Centraal-Europa. Dit bracht een zodanige rust in de atmosfeer dat het rond Sinterklaas windstil was. De uitstraling die dit tot gevolg had was groot en leidde zelfs in De Bilt tot strenge vorst op 6 december (http://217.160.130.220/wz/pics/archive/ra/1962/Rrea00119621205.gif).
Op 8 december wordt de vorst verdreven en komen er wat depressies langs totdat op 16 december een diepe stormdepressie via Denemarken naar het oosten trekt. Tegelijkertijd begint de luchtdruk in het noorden van Europa langzaam te stijgen en komt er steeds koudere lucht Scandinavië binnen. Het hogedrukgebied vanuit het poolgebied zakt langzaam af en in betekenis toenemend via Scandinavië naar Rusland om op 21 december rond Moskou aan te komen met een kerndruk van ruim 1030 mb. Depressies op de oceaan voeren zachte lucht West-Europa binnen en Nederland bevindt zich op het grensgebied. Vervolgens volgt er een verrassend krachtige retrogade beweging van het hogedrukgebied, die destijds niet verwacht werd door het KNMI getuige de onderstaande verwachtingen:
20 december 1962:
Koude lucht uit Duitsland is tijdelijk tot een groot deel van Nederland doorgedrongen. Vanochtend vroor het in het noordoosten en oosten van het land ongeveer 5 graden, maar in Zeeland was de temperatuur boven het vriespunt gebleven. Ondertussen heerst er op de oceaan een grote depressieactiviteit, die zich via de Britse Eilanden naar het oosten uitbreidde. Ten gevolge daarvan zal de vorst weer uit Nederland worden verdreven en komt de temperatuur weer flink boven het vriespunt. De wind zal toenemen uit het zuiden en later ruimen naar west. Vooral aanvankelijk zal er regen vallen, in het noordoosten van het land in de avond nog in de vorm van sneeuw of ijzel.
21 december 1962:
Terwijl in grote delen van Centraal- en Noord-Europa een hevige koude heerst, is boven de Britse Eilanden en een groot deel van Frankrijk zachte lucht aanwzig. Nederland bevindt zich in het overgangsgebied van de twee weertypen, hetgeen onder meer bleek uit de temperatuurverdeling in ons land: in het noordoosten temperatuur om het vriespunt, in het zuidwesten, midden en zuiden van het land temperaturen van 6 tot 8 graden boven nul. Nadat de scheidingslijn van de twee luchtsoorten aanvankelijk snelle vorderingen in oostelijke richtingen maakte, kwam daar vanmorgen een aanzienlijke vertraging in. Aangezien grote luchtdrukstijgingen in onze omgeving erop wijzen dat de winden zwakker zullen worden, moet rekening worden gehouden met het feit, dat de scheidingslijn de komende 30 uur vrijwel niet meer van plaats zal veranderen. Dit houdt in dat het in het noordoosten van het land kouder zal zijn dan in de rest van het land. Verder nemen de neerslagkansen af, terwijl de mistkansen groter worden (http://217.160.130.220/wz/pics/archive/ra/1962/Rrea00119621221.gif).
22 december 1962:
De strijd tussen vorst en zacht weer is in het voordeel van de eerste beslist, want de droge continentale lucht, die zich vrijdag al in de noordelijke provincies bevond, is daarna over het gehele land uitgevloeid. De vorst was vannacht overwegend licht, maar in het noordoosten, waar nog enkele cm. sneeuw ligt, werd al min 9 graden gerapporteerd. Door grote luchtdrukstijgingen is van de twee hogedrukgebieden, te weten die bij Spanje en die bij Rusland, de laatste gaan overheersen. In het centrum bij de Finse golf is de luchtdruk boven 1040 mb. gestegen. Boven centraal Europa heeft zich een krachtige oostelijke windbaan ingesteld, die de kou uit Rusland en Polen over Duitsland naar het westen transporteert. De komende nacht wordt dan ook matige en vooral in het oosten van het land strenge vorst verwacht. Overdag zal het ook in het algemeen blijven vriezen. Verder zal het droog en overwegend zonnig weer zijn.
Later in de maand wordt het koude weer in stand gehouden door hogedruk in de regio Groenland dat pas halverwege januari zijn positie moet prijsgeven. Opvolging vind dan al weer plaats vanuit Scandinavië en het luchtdrukpatroon blijft verder geblokkeerd door hoge druk boven Engeland, Ijsland en Groenland. Het slot van de winter weet de koude lucht zich nog lang te handhaven door hoge druk boven het continent.
Het feit dat ik deze winter naar voren haal, wil nog niet zeggen dat ik een vervolg hiervan verwacht. Ik wil slechts wijzen op een aantal zaken die nu ook van belang zijn.
De belangrijkste uiteraard het door vele genoemde geblokkeerde luchtdrukpatroon dat zich al zo lang weet te handhaven. Dankzij de persistentie in het weer is de kans gewoon tamelijk groot dat dat zich deze winter voortzet.
Verder vind ik de weersituatie op het moment (eind november) met mist, nachtvorst en hogedruk die zich de komende dagen langzaam vanuit Oost-Europa naar het westen uit gaat breiden een toonbeeld van stabiliteit uitstralen die vergelijkbaar is met de eerste week van december 1962. Deze stabiliteit is vergelijkbaar met de regel van Pruiksma betreffende het ontbreken van onweer in november. De trage verplaatsingen van druksystemen wekt de indruk van saai weer, maar juist de afwezigheid van depressietreinen maakt het mogelijk dat hogedrukgebieden deze winter standvastiger zullen zijn en we onder invloed komen van continentale koude en droge lucht. Mijn uitgangspunt voor deze winter is dan ook het uitblijven van een westcirculatie. Juist door het uitblijven van een dergelijke westcirculatie wordt het mogelijk dat hogedrukgebieden zich retrograads gaan verplaatsen.
Het grote probleem van deze winter zal zijn dat hij moeizamer op gang zal komen. Een belangrijk oorzaak is de geleidelijke jaarlijkse opwarming van het klimaat. Als gevolg hiervan is er gewoon minder kou voorradig en zijn de kansen wat kleiner dat zich een degelijk sneeuwdek ten oosten van ons kan vormen. Op dit moment ontbreekt zo’n sneeuwdek ook, waardoor transportkou voorlopig nog niet mogelijk is. De kans dat er net zo’n goede samenwerking van hogedrukgebieden zal plaatsvinden als in 1962 is bovendien vrij klein. De winter kan daarom pas echt op gang komen als Noord- en Oost-Europa van een sneeuwdek kan worden voorzien.
Mijn verwachting is daarom een droge koude winter, gedomineerd door hogedrukgebieden. Of dit daadwerkelijk in een elfstedentocht zal uitmonden is net als het maken van een winterverwachting een beetje koffiedik kijken.
Deze winter kan uiteindelijk zo rond de 10e plek eindigen in de lijst met strenge winters sinds 1901. Indien polaire hogedrukgebieden zich met de gang van zaken gaan bemoeien is zelfs een top 5 positie niet uitgesloten. Indien een westcirculatie in december toch zal doorbreken (hetgeen ik niet verwacht), dan mag deze winter verder afgeschreven worden.
Helaas valt de winter van 1963 niet in de 8-jaarlijkse cyclus, maar verder zijn er door allerlei forum-leden voldoende statistische aanwijzingen gevonden die wijzen op een koude winter. Helaas bieden resultaten in het verleden geen garantie voor de toekomst, maar deze winter zal mij pas echt verbazen als het een zachte wordt.
Gerbrand.
Quote selectie