‘Het beleg van zomer 2006’
Zomerverwachting uitgaande voor de Bilt.
Klimaatsprong, opwarmende trends in het klimaat, zomers die steeds warmer en winters die alsmaar zachter worden. We lijken niet om deze dingen heen te kunnen, het gebeurt elk jaar weer, toch? Of toch niet...
2006 wil in ieder geval een uitzondering maken. Een koude en lange winter, gevolgd door een voorjaar met voor de verandering een redelijk normaal gemiddelde, dat is toch al een tijdje niet meer gebeurd. Maar, er zijn nog 8 volle maanden voor de boeg waarin (thermisch) nog veel kan gebeuren. Gaan we dit jaar alsnog warm afsluiten? Of blijft 2006 de uitzondering hierop, en komen we op, of zelfs onder het gemiddelde uit? Als het aan deze zomer ligt dan zouden we een grote stap richting het laatste kunnen zetten. We leven in een zeeklimaat waarin afwisseling centraal staat, iets wat de afgelopen 10 zomers goed illustreren: heet of koel, droog of nat, somber of zonnig, of normaal, het kan (nog steeds) allemaal.
Mei is voor zomerverwachtingen een belangrijke maand, omdat in deze maand een trend kan worden ingezet voor de zomer. Dit jaar hebben we een uitzonderlijke mei mogen beleven waarin de zomer al snel volop aanwezig was. Echter, tegen het einde van de tweede meidecade werd de zomer daadkrachtig buitenspel gezet door een authentieke (meanderende) westcirculatie. Lang een gezochte gast, nu toch ongewenst op bezoek met regen en koelte door maritieme lucht van wisselende oorsprong. De zomer was hem toen gevolgen en de nieuwe trend werd gezet, eentje waarvan we nu nog steeds de vruchten plukken.
Het nieuwe overheersende stromingspatroon raken we niet snel kwijt. De markante Scandinavische blokkade van begin mei heeft zich laten geleden deze maand met een warme continentale stroming. Ik denk dat deze voorlopig de laatste is. Een aanlandig stromingspatroon heeft het stokje overgenomen zal de komende zomermaanden beïnvloeden. Kenmerkend voor het nieuwe regime zal het ontbreken van ‘warme blokkades’ zijn; blokkadevorming ten noorden en ten oosten van ons op het continent. Voorlopig geen standvastig centraal Europees hoog welke de zomer op de kaart zet. Wil het tot warm zomerweer komen, dan zal het geen lang leven beschoren zijn; het Azorenhoog heeft namelijk zijn draai weer terug gevonden. Hierdoor worden we overgeleverd aan zijn grillen (zoals een uitbreiding richting de UK) en aan de willekeur van depressies die aan zijn noordflank (zuid)westwaarts bewegen.
Ik denk dat de ‘zomer’ zoals we hem kennen uit de afgelopen jaren ons ditmaal in de steek zal laten. Geen hittegolf, geen hoog warmtegetal, geen lang strandseizoen… De zomer gaat ons tegen, met medewerking van een niet aflatende aanlandige stroming. Dit kán betekenen dat neerslag veelvuldig zal vallen en dat de zon in gedrang komt, maar het hoeft zeker niet. Waar ik wel van uit ga is een zomer met een laag temperatuursgemiddelde; een koele zomer.
Waarom deze pessimistische verwachting? Dit is het jaar van een nieuw weer regime. Het is vooral is terug te zien in het afwijkende stromingspatroon, en de opmerkelijk koude periodes. De koude van maart was voor mij destijds een directe aanleiding om een warme mei te verwachten, waarin de eerste helft de show ging stelen, en de tweede helft het onderspit zou delven. De wens was de vader van deze gedachte want, de slechte tweede helft zou hét beste voorspel zijn voor een slechte junimaand.
Ik ga er van uit dat juni dit spelletje uit zal moeten zitten. Toch zal juni waarschijnlijk wél een warm intermezzo kennen. Rond het midden van de maand verwacht ik namelijk een graantje mee te kunnen pikken van zuid Europese warmte. Echter, het blijft enkel bij een opleving, want na een afstraffing zal in de rest van de maand het gemiddelde weer verder terug zakken naar een voor junibegrippen nieuw dieptepunt. En, de westcirculatie meandert weer vrolijk verder.
17 mei postte ik een bericht waarin ik voor juni een tegenvallende maand aankondigde: http://www.weerwoord.be/includes/forum_read.php?id=462546&tid=462546
In deze post schreef ik het volgende: ‘De slechte junimaand kan mogelijk een weg inslaan die al lang niet is bewandeld, die van een zieke zomer. Of de slechte juni ook juli in haar pad mee sleurt is mij echter nog onduidelijk. Juli lijkt namelijk één gedegen kans te krijgen een goede zomermaand te worden. (…) Deze omslagperiode plaats ik in de eerste helft van juli én zal allesbepalend worden in het lot van Z06.’ Deze omslag zou een trendbreuk betekenen, mogelijk door het alsnog optreden van een warm en standvastig continentaal hoog.
Ik verwacht dat de slechte juni aanvankelijk in de eerste helft van juli wordt goedgemaakt. Tegen het einde van juni normaliseert het weer en komt er voorzichtig stabiliteit in het weerbeeld terug. Hogere temperaturen volgen in de eerst helft van juli waarin de zomer zich van zijn aangename en goede kant laat zien. Het debacle van juni lijkt alweer vergeten maar, wederom zal de zomer op een dwaalspoor terecht komen en meegetrokken worden in het kielzog van de westcirculatie. Waarschijnlijk zal de tweede helft van juli daardoor nagenoeg zomerloos gaan verlopen, waardoor het maandgemiddelde weer wordt gedrukt. Wat de rest van de zomer zal brengen is nu nog erg ver weg. Ik denk dat na juli de zomer niet meer beter wordt waardoor augustus wederom niet in de prijzen zal vallen. Waarschijnlijk krijgt augustus van alles wat mee, zowel warmte als koelte, maar ik ga er van uit dat juli de warmste zomermaand wordt.
Daniël Verhoef
Quote selectie