Sluitertijd moet niet zo kort mogelijk, maar net zolang mogelijk zonder de foto te overbelichten.
Je moet wel met statief werken, en best ook met een kabeltje voor de sluiter om trillingen te vermijden.
Je bepaalt de grootte van het diafragma adhv het (nog) aanwezige (dag)licht, de lichtvervuiling (die bij neveligheid enorm snel uitslaat in oranje beelden) en de afstand van de bliksem (ook hier rekening houden met neveligheid).
Vuistregel bij niet al teveel nevel en niet teveel lichtvervuiling rondom: grote afstand: f3.5 tot f5.6, bliksem op 4-8km f5.6-f7 ongeveer, en hoe dichter de bliksem hoe kleiner je het diafragma maakt om overbelichting te voorkomen. Is er weinig omgevingslicht dan kan je de sluitertijden makkelijjk tot 20 à 30 seconden rekken, anders moet je gaan reduceren tussen 5 en 20 seconden. Maar hoe korter de tijd, hoe groter het aantal intervallen, hoe meer kans dat je bliksems verliest tussen foto's door. ISO zet je best op 100. Slechts 1 keer heb ik ISO 200 gebruikt, groot diafragma (=klein getal!!) én lange sluitertijden van 30 seconden en meer en dat was voor de zeer heldere en donkere atmosfeer boven zee op 25/8, maar die omstandigheden zijn zeer zeldzaam.
PS: vuurwerk is ideaal om op te oefenen, veel moeilijker nog dan bliksem: de compositie verandert constant (in en uitzoomen), de intensiteit van het licht (diafragma), en je moet voortdurend de tijden aanpassen om de lichtstrepen die telkens variëren in tijd er mooi op te krijgen (sluitertijd). Als je hiermee overweg kan en zo snel je camera kan aanpassen zonder fouten, dan is onweer een makkie hoor.
Quote selectie