Na veel studeren op de archief- reanalyse kaarten van de Wetterzentrale bleek, hoe veel de kleuren op de kaarten kunnen vertellen. In de zomer zitten we te kijken hoe geel, oranje en roodbruin in 850 hPa kaarten naar het noorden oprukt : de hitte. Groen staan dan voor kil weer.
In de winter nemen we geen genoegen met groen, maar moeten we juist blauw hebben : de echte winterkou.
Maar ook in de "gewone" kaarten kunnen we veel aan de kleuren aflezen; dat zijn immers de drukwaarden op ongeveer 5 km hoogte. Aan de verlopende kleuren lezen we de wind af, zoals aan de isobaren van de grondkaart.
Maar er is nog iets : de blauwe en paarse kleuren duiden op lage druk en dus op koude lucht tussen 0 en 5 km. Bij geel en oranje is de onderste 5 km juist warm. Als het om hogedrukgebieden gaat zegt de gele tot bruine kleur twee dingen :
a. Goed ontwikkeld op 5km hoogte
b. Relatief warme lucht in de onderste 5 km
Vooral dat laatste geeft te denken als het om winter gaat. Een hogedrukgebied met veel geel en bruin eronder getekend is doorgaans te warm. Een "groen" hogedrukgebied is heeft doorgaans wel veel kou bij zich in de onderste kilometers. Je kan dit altijd controleren door de 850-hPa kaart er bij te bekijken, maar het aardige is, dat je er op de grondkaart al een goede indruk van hebt.
Je kan het ook zo zeggen : een geel tot bruin hogedrukgebied heeft een subtropische afkomst, te warm dus. Een groen hogedrukgebied heeft een meer noordelijke afkomst en staat soms met één been in de poolstreken.
Na de warme zomer van 2003 was dit mijn spookbeeld : wel hogedruk, maar te warm(geel). Ik hoop dat het geen werkelijkheid wordt.
Hieronder een voorbeeld van een te warm hogedrukgebied, midden in een korte vorstperiode. We stonden na een week op het ijs, maar vraag niet hoe : op een schaatstocht konden we, terugkomend over dezelfde route, niet meer over het ijs. Hellmannproduktie in De Bilt : 22
(een "groene kaart" komt in een volgend bericht)
Quote selectie