Die zit pas op een kilometer of zeven.
Terwijl de cumulus tussen 1,5 en 2 km zit (net boven 850 hPa).
Dit is gewoon typische mooi-weer cumulus, kenmerkend voor een zomers hogedrukgebied.
Door sterke instraling raakt de onderste luchtlaag onstabiel. Warme luchtbellen (themiek) stijgen op en nemen waterdamp mee, afkomstig van planten en oppervlakte water. De bellen koelen af tot onder het dauwpunt en er onstaat een wolk. Ze groeien niet verder omdat daarboven een relatief warme en droge luchtlaag zit. Deze warme, droge lagen vormen zich door geleidelijke dalende beweging (subsidentie) welke in en rond hogedrukgebieden voorkomen.
Victor
Quote selectie