In de winter heb je vaak last van inversies omdat de uitstraling groter is dan instraling. Dan is er dus vaak sprake van een omgekeerd verloop en moet je, bij maximale instraling, voor de Tmax nogal eens graden van de T850 aftrekken i.p.v. erbij optellen. Bij bewolking is het echter juist weer andersom, dat wordt de uitstraling sterk beperkt en treedt toch nog een licht positief effect op. Op basis van de maximale instraling in hartje winter, die zo'n 30% is van het hoogste van de zomer, zou je dan een theoretisch verschil tussen T850 en T2M van 5 graden hebben.
Eerst een voorbeeldje met de laagste Tmax in 1997, die gehaald werd bij maximale instraling. Op 2 januari 1997 was het maximum -8,1°C in De Bilt en het was met 6,6 zonuren een erg zonnige winterdag. De maximale instraling van 100 J/cm² werd behaald tussen 12u en 13u 's middags. De T850 bedroeg om 12Z in De Bilt volgens de sounding -6,7°C en de T2m was -8,7°C (bron: SYNOP). Dankzij de inversie en de sterke uitstraling bedroeg het verschil T850-T2m dus -2°C!
Een tegengesteld voorbeeld van een laag maximum alleen dan bij een vrij bewolkte dag was 26 januari 1996. Het maximum in De Bilt was -8,0°, vrijwel hetzelfde dus als een jaar later, maar de bovenlucht was een stuk kouder met om 12Z een T850 van -11,1°C en tegelijkertijd een T2m van -9,5°C. Het verschil T850-T2M was dus +1,6°C en liep zelfs op naar +3°C ten tijde van het maximum, dat dankzij aanvoer van warmere lucht aan de grond rond middernacht richting de 27ste viel.
Gr. Ben
Quote selectie