Interessant artikel van het KNMI die ik persoonlijk als zeer ernstig en professioneel aanschouw :
Onderzoekers van het KNMI voorspellen voor de komende een tot twee maanden een lager dan normale luchtdruk in het noorden van de Atlantische Oceaan, leidend tot een sterker dan normale westelijke stroming en hoger dan normale temperaturen in het noorden van Europa.
Seizoensverwachtingen worden al enige jaren gemaakt op basis van veranderingen in zeewatertemperaturen en de hoeveelheid sneeuw. Tegenwoordig kijken de onderzoekers ook veel hoger in de lucht, met name naar de luchtlagen tussen 10 en 50 kilometer hoogte. De lucht bevat hier veel ozon en men spreekt daarom van de ozonlaag. Recent is gebleken dat de winden die hier waaien van invloed kunnen zijn op het weer nabij de grond.
De onderzoekers van het KNMI ontdekten dat er in de winter op het noordelijk halfrond een verband bestaat tussen de temperatuur op 16 tot 20 km hoogte boven het noordpoolgebied en de sterkte van de westenwind in de lagere atmosfeer in de periode van een tot twee maanden hierna. Hier zou een sleutel kunnen liggen tot betere winterverwachtingen. Als de temperatuur op 16-20 km hoogte boven het noordpoolgebied lager is dan normaal, dan is de westenwind in de lagere atmosfeer sterker dan normaal. Met name in Noord Europa is de temperatuur dan hoger dan normaal. Omgekeerd geldt, dat als de temperatuur op grote hoogte hoger is dan normaal, de westenwind in de lagere atmosfeer minder sterk is dan normaal en de temperatuur in Noord Europa lager dan normaal. Tussen de temperatuur op grote hoogte en de temperatuur in Nederland in de twee maanden erna is geen significant verband gevonden. Momenteel (begin december 2003) is de de temperatuur op 16-20 km hoogte boven het noordpoolgebied veel lager dan normaal. Hiermee is er een verhoogde kans op een zachte winter in het noorden van Europa.
De onderzoekers begrijpen nog niet goed hoe het kan dat wind en temperatuur op grote hoogte van invloed kunnen zijn op het weer op duizenden kilometers afstand aan het aardoppervlak enkele maanden later. Het onderwerp staat momenteel echter sterk in de belangstelling niet alleen om betere seizoensverwachtingen mogelijk te maken maar ook vanwege de verandering van het klimaat. Er zijn aanwijzingen dat de door de mens veroorzaakte toename van kooldioxide en de afname van de dikte van de ozonlaag op grote hoogte leidt tot sterkere westenwinden. Die westelijke stromingen kunnen ook lager in de atmosfeer doordringen en dat zou in Nederland leiden tot zachtere en nattere winters. Dat spoort met computerberekeningen van het toekomstige klimaat.
Quote selectie