Stelling: seizoensvoorspellingen worden gemakkelijker.
OK, het zit zo: tot voor kort had Noordwest-Europa een wisselvallig en grillig klimaat. De zomers konden kil uitpakken (1965), of juist heet (1947). De winters konden ijzig uitpakken (1963), of juist zeer zacht (1990). Seizoensvoorspellingen waren bijna niet mogelijk, want het weerbeeld volgde een zeer onregelmatige koers. Kou in het noorden en warmte in het zuiden veroorzaakten hier (op de middelhoge breedtes) wisselvalligheid.
Maarrrr... wat hebben we nu? Door de klimaatsopwarming smelt het poolijs, en daardoor vervlakt het temperatuursverschil tussen noord en zuid. Gevolg: overheersende hogedrukgebieden. In 2003 hadden we de eerste abnormale hogedrukoverheersing: een zinderend hete zomer veroorzaakt door hogedruk, maar ook de koude oktobermaand van 2003 kwam tot stand door een overheersing van hogedruk. Daarna kwam toch weer zonaliteit op de proppen. De zomer van 2005 was in Europa ook snoeiheet door... abnormale hogedruk, maar de Benelux profiteerde regelmatig van een lagedruk-trog. September, oktober werden gekenmerkt door... overheersend hogedrukweer uiteraard!! En dan de afgelopen winter: droog en vrij koud, een typische hogedrukwinter. De afgelopen ontieglijk hete julimaand stond ook weer geheel in het teken van hogedruk.
Gevolg van abnormale hogedruk in de zomer: droogte en bakhitte, (2003, 2006). Gevolg van abnormale hogedruk in de winter: ook vrij droog en relatief lage temperaturen (2005-2006).
Dus kan de komende winter al grofweg geschetst worden: droog, slechte luchtkwaliteit, en relatief koud (hellmanngetal tussen 50 en 90). Zeer zachte en zeer koude winters zijn onwaarschijnlijk geworden; in de poolgebieden vormt zich minder kou dan vroeger, maar de blokkerende hogedrukgebieden houden ook de opmars van zeer zachte subtropische lucht van lage breedtes tegen...
Quote selectie