Zonder commentaar

Bericht van: Harrie Laanstra , 15-12-2003 00:44 

Al een hele tijd zit bij mij in de tekstverwerker een ruwe versie van de wintertekst. Ik publiceer hem gewoon zoals ie daar ligt. Ongecensureerd, ongenuanceerd. Voor de liefhebber.

WINTERVERWACHTING 2003/2004


WEL DEGELIJK KANS OP OUDERWETSE YSWINTER

MOGELIJK ELFSTEDENTOCHT

VASTZETTENDE NOORDELIJKE HOGEDRUK

MOGELIJK ZEER ZELDZAAM LUCHTDRUKFENOMEEN

Zelf heb ik tot Leitmotiv van 't komende kalenderjaar gepromoveerd mijn bewering, dat 't best eens zou kunnen dat 2004 het finalejaar gaat worden van de lopende geblokkeerde cyclus die begon najaar 2000 en die overeenkomsten vertoont met de periode nov. 1968 - nov. 1972. Daarin was 1972 het finalejaar, tevens meest geblokkeerde jaar van de 20e eeuw.

Als dit waar is, zou 2004 meteen een kansrijk weerjaar zijn en is het boeiend te kijken wat de winter daarin gaat doen. De winter van 2004 bevindt zich volgens de 8-jarige periode in een set met winters als 1996-1988-1980-1972-1964-1956-1948-1940-1932-1924-1916-1908-1900. Verscheidene winters daarin kenden schaatsperioden of waren ronduit koud/streng. Dit gold voor: 1908, 1924, 1932, 1940, 1956, 1964, 1980 en 1996.

De winter van 2003/2004 kent een zeer interessant voortraject. Dat is al begonnen met de zeer koude oktobermaand die een voortzetting van de voor 2003 zo karakteristieke blokkadetendens te zien gaf. Dit keer liep het echter uit op vroeg-winterse kou met al op de 24e de eerste sneeuw van het seizoen. Hoewel de volksweerkunde ons anders wil doen geloven en er ná de Tweede Wereldoorlog géén strenge winters meer zijn voorgekomen met een voorafgaande (zeer) koude oktober, blijft staan dat volgens de Duitse klimatoloog Franz Baur de afgelopen koude oktober wel degelijk een punt van aandacht verdient. De luchtdruk in de omgeving van IJsland was in oktober namelijk significant hoger dan normaal en volgens Baur is de statistische kans op een koudere winter dan aanzienlijk groter.

Een koude oktober gaat vaak samen met een koude(re) november. De koude stromingen hebben hun kruit dan al in de herfst verschoten en vaak rest er dan slechts een middelmatige winter. Dit jaar is dat anders verlopen. November werd juist zeer zacht (8.0º C.) door toedoen van veel zuid-zuidoostelijke luchtstromingen, mede bevorderd door vaak hogedruk over Oost-Europa. De Duitse weerkundige Dinies heeft in het verleden er op gewezen, dat zo’n constellatie van een koude oktober en een zachte november met vroegtijdige hogedruk boven Rusland in de late herfst de inleiding tot een koude of strenge winter kan betekenen. In de late herfst en ook nog in december was er verder nagenoeg structureel sprake van een noordelijk verlopende westcirculatie. De vaak ver noordelijk voorbijtrekkende lagedrukgebieden konden nauwelijks invloed op ons weer uitoefenen.

Dit laatste brengt mij bij de Friese weerprofeet L.D. Pruiksma (1899-1983) die in zijn overwegingen tot zijn uitspraak over een soortgelijke toestand in november 1978 doceerde: “Het zag er met dat zachte en droge novemberweer lange tijd naar uit dat ons een koude of strenge winter mét Elfstedentocht te wachten stond”. Waar november 1978 aan het eind van de maand nog fel uithaalde met winteronweer, is het in november van dit jaar rustig gebleven. Volgens opgave van Meteo Consult is er slechts op 1 dag in november in Nederland onweer waargenomen. Het KNMI meldt 2 dagen, waarvan 1 met slechts één ontlading ergens in Noord-Holland. Dit weinige onweer – voorafgaande aan de strenge winters van 1942, 1947 en 1963 was er in november sprake van onweer op respectievelijk slechts 2, 2 en 1 dag(en) – zou volgens de inzichten van Pruiksma zonder meer als aanwijzing voor een koude of strenge winter meegenomen moeten worden.

Sommigen schrijven het afwijkende weersverloop toe aan het broeikaseffect, onder invloed waarvan het subtropisch hogedrukgebied structureel noordwaarts zou zijn verschoven en wij in West-Europa daardoor gemakkelijker onder de beschermende vleugels ervan zouden komen zijn te verkeren. Eerst zien, dan geloven. Misschien is winter 2003/2004 wel een aardige testcase voor deze beoordeling. Ik zie het voorshands nog niet zo en ga er juist vanuit, dat die hele toestand met warmbloedige continentale hogedrukgebieden als een voorzet voor een zeer stabiele luchtdrukverdeling tijdens de wintermaanden beschouwd moet worden. Zo’n situatie kan tergend lang duren en zelfs de indruk wekken te gaan overwinteren, maar heel vaak zie je toch dat het beeld op de weerkaart dan vroeger of later fundamenteel gaat wijzigen en de recalcitrante vastelandshogedruk plaats gaat maken voor…lagedruk. Bij gelijktijdige verschijning van hogedrukgebieden in winterpositie op het traject Noord-Rusland, Scandinavië, Poolzee en Groenland/IJsland kan er dan sprake worden van een juist hardnekkige winterse toestand, kenmerkend voor onze strenge winters.

Bij mijn beschouwing wil ik trouwens ook februari van dit jaar betrekken, toen dat tijdvak met de herhaaldelijke ontwikkeling met superhogedrukgebieden is begonnen. Soms houd ik er rekening mee dat zo'n februari een voorsignaal van de volgende winter afgeeft. Dit gebeurde namelijk in mijn visie ook in februari 1978 m.b.t. winter 1978/1979 (in februari toen die snelle afwisseling van koude winterlucht met zeer zachte subtropische lucht rond de 21e van februari 1978). De volgende winter stond in het teken van de strijd van beide luchtsoorten. Zo zou komende winter in het teken van superhogedrukontwikkelingen moeten komen te staan, een soort van sublimatie of finale van al dat blokkerend vuurwerk wat er 't afgelopen kalenderjaar geweest is.

Voor deze winter van 2003/2004 speelt m.b.t. het "luchtdrukfenomeen" voor mij het volgende:

1. De inbedding is heel bijzonder in die zin dat al het héle jaar 2003 een rode draad kent van stabiele luchtdrukverdelingen met megahogedrukgebieden. Oké je hebt gelijk dat die steeds warmbloedig waren en zuidelijk verblijven en dat dat naar de winter toe een zwak teken is. Ik zie dat echter anders. In mijn opinie zou het heel goed kunnen dat deze setting de weg vrij maakt voor voortgezette stabiele hogedruktoestanden in de specifieke winterperiode zelf, maar dan getransformeerd in de vorm van echte winterse luchtdrukverdelingen.

2. Belangrijk is daarbij voor mij dat de koude stromingen vanaf de Pool nog maar weinig hebben kunnen uitrichten gedurende november en december tot nog toe. Wél in oktober, maar per november was het acuut voorbij met de kou, terwijl een koude oktober graag optreedt in combinatie met een koude november. Misschien was oktober wel een "voorschouw" van de werkelijke winter, zoals in enkele opvallende winters uit het verleden, bijvoorbeeld 1941/1942 (een beetje trouwens ook 1939/1940 en 1946/1947; in de laatste winter was er in oktober sprake geweest in de 3e decade van wat iemand omschreef als "januariachtig aandoend weertype").

3. Frequent vonden we dit najaar vanaf november toch wel gemiddelde hogedruk over Oost-Europa/Rusland. Dinies baseert er zijn gemiddelde verloop op van een voortraject voorafgaande aan de meeste koude/strenge winters vanaf 1885. Hij beschrijft ook dat deze gezapigheid lang kan aanhouden tot de 2e helft van december. Dan kunnen de bordjes zo ineens en acuut verhangen worden en wordt het winter! Dit stramien was de afgelopen herfst beslist aanwezig en wie zal zeggen dat het toch niet zo zal aflopen komende maanden? Ik ben echter de eerste om dit schema af te gelasten in geval de westcirculatie alsnog structureel doorkomt. Maar dat moeten dus even aanzien.

4. Verder is er de afgelopen tijd door toedoen van die warmbloedige hogedruk over Zuid-Europa en het Continent veelvuldig sprake geweest van een noordelijke westcirculatie. Als zodanig is die dodelijk voor winterweer op het moment zelf. Maar op termijn wordt die noordelijke westcirculatie weleens ingewisseld tegen een even hardnekkig blijkende zuidelijke westcirculatie. Kijk maar naar winter 1978/1979. En ik schreef al eerder over die opmerkingen van Hans de Jong die hij maakte over noordelijke westcirculaties. Hoog door het noorden trekkende depressies heeft hij meermalen aangehaald als verschijnsel voorafgaande aan winterperioden.

5. Door het opvallend weinige onweer in november zou weleens de regel van Pruiksma uit de verf kunnen komen dit jaar. Wie weet. Pruiksma ging echt uit van strenge winters gebaseerd op stabiele winterse luchtdrukverdelingen onder leiding van een alles naar z'n hand zettend hogedrukgebied in winterpositie. In die visie is een continentaal hoog helemaal niet zonder meer als een sta-in-de-weg te beschouwen. Het gaat namelijk niet om dat warmbloedige continentale hoog. Het gaat om de suprematie van een vanuit de winterse hoek te voorschijn komend wintermaximum dat zo'n eventueel aanwezig continentaal hoog gewoon gaat overvleugelen en dan laat uitdoven. Voorbeelden hiervan zie ik in december 1970 (19-23 dec.) en tijdens de jaarwisseling 1984/1985: sloop van een Russisch Hoog. Trouwens óók voorafgaande aan de ook vaak genoemde koudegolf van maart 1971. Kijk maar: Vlak ervoor is er nog sprake van hogedruk boven Frankrijk. Deze is echter geen partij als eenmaal de poolkou naar het zuiden gaat uitstromen mede onder pressie van een hogedrukcel bij Noorwegen.

6. Kenmerk van deze situatie is dat het beeld op de weerkaart zeer snel kan veranderen. Met de moderne numerieke technieken zal zoiets zeker wel door een paar members van het ensemble worden opgemerkt, maar het kan wellicht lang verscholen zijn in de 2e helft van de 10-daagse verwachting. Binnen 5 dagen zal het zeker wel te zien zijn, denk ik. Trouwens ik geloof dat die koudegolf van januari 1987 door de meteorologen pas gefiatteerd werd 2 dagen vantevoren...

Bericht laatst bijgewerkt: 15-12-2003 01:03

Zonder commentaar   ( 406)
Harrie Laanstra -- 15-12-2003 00:44
Re : Zonder commentaar   ( 196)
Sander (Nieuwegein) -- 15-12-2003 09:21
Re : Zonder commentaar   ( 299)
Ad (Eersel NB) -- 15-12-2003 00:48
Re : Zonder commentaar   ( 269)
Opsurfer (Wilhelminaoord-Dr) -- 15-12-2003 01:15