CC ontladingen komen gemiddeld veel meer voor dan CG's maar er zijn ook uitzonderingen. Het heeft ondermeer met de structuur van de onweershaard te maken. Multi-cel complexen, die onderling goed met elkaar verweven zijn, geven vooral veel CC (wolk-wolk ontladingen). Maar geïsoleerde cellen kunnen hun lading niet via de buren kwijt en hebben sneller de neiging in te slaan. Verder speelt de hoogte van de negatieve landingsopbouw een rol, welke zich meestal concentreerd rond of net onder de vorstgrens. Bij een hoge vorstgrens (tijdens warm zomerweer) zit het onweer meestal hoger en zouden er minder CG's moeten zijn, uitgezonderd MCS-achtige toestanden. Bij koeler, polair onweer hangen de negatieve ladingen dichter bij de aarde waardoor het spanningspotentiaal tussen wolk-aarde groter is dan de het potentiaal tussen negatieve lading en positief geladen aambeeld. De bliksem slaat dan sneller in.
Hagel, wat door de Cb naar beneden valt, raakt negatief geladen. Onder de vorstgrens smelt die hagel tot dikke druppels en neemt daarmee de negatieve lading mee naar beneden waardoor het potentiaal groeit door de afnemende afstand neerslag-aarde. Meestal bliksemt de lading weg naar de rest van de wolken, een andere keer wordt de wolk geleidelijk via de neerslag geaard. Maar ook regelmatig via CG's.
Misschien dat de zware neerslag gisteren bijdroeg aan de vele CG's? Door het gewicht van de neerslag snelle uitzakking van negatieve ladingen richting aarde?
Victor
Quote selectie