Het klinkt misschien heel erg zwart-wit. Toch is het even de moeite waard om vanuit een gepolariseerd standpunt de huidige situatie te bekijken.
De structuur van het volgende weekend doet zowel denken aan die van december 1989 als half januari 1956. In beide situaties was de koudepool van het noordelijk halfrond over Spitsbergen naar het zuiden gezakt en ontwikkelde zich hogedruk boven Groenland. Het gevolg was een aardige hoeveelheid kou boven Noord-Europa. Boven Zuid-Europa lag beide keren een vrij uitgestrekt hogedrukgebied, met niet al te hoge diktewaarden. Een stabiel Azorenhoog was er in ieder geval niet.
In 1956 werd het Groenlandhoog snel vervangen. Er kwam een enorme kou-uitbraak boven de Labrador Zee e.o., dat (spontane) hogedrukopbouw boven Scandinavië in de hand werkte. Februari 1956 werd een historisch koude maand.
In december 1989 ging het anders. Met koude lucht gevulde depressies trokken toen de relatief warme Oceaan op en diepten (veel te) snel uit. De depressieovermacht overrompelde het noordelijke hogedrukgepruttel volledig. De winter van 1990 werd één van de slechtste ooit.
Welke kant het nu opgaat, is nog uiterst onzeker. Het een en ander hangt af van de depressieontwikkelingen boven de Oceaan. Teveel koude lucht boven de Oceaan, kan leiden tot wat we in 1989 hebben gezien. Duikt de kou aan de westkant van de Oceaan echter Canada in, dan kan er een langgerekte 1956-look-a-like hoogterug ontstaan met arctische lucht tot over de Benelux.
De modellen zijn nog niet erg betrouwbaar, dus we moeten op een dag als vandaag nog niet al teveel willen zeggen. Tenminste, iets objectiefs valt er niet te zeggen, zoals de guidancemeteoroloog vanochtend in de EPS-guidance schreef.
Mijn vuistregeltje, dat ik meestal in het geheim toepas, maar onlangs toch openbaar heb gemaakt, is dat een winters voortraject tijdens de herfst en pogingen tot een winterse situatie wél doorzetten als er een lange periode van een lage NAO-index aan voorafgaat en niet doorzetten als er een lange periode van een positieve NAO en voorafgaat. Vergelijkbare situaties zoals volgend weekend hadden we o.a. in 1989, 1976, 1965 en 1956. Er zijn er nog veel meer, maar die ga ik even niet allemaal toelichten. Het vuistregeltje gaat aardig op, gezien het feit dat de NAO index in de jaren '50 en '60 overwegend laag is, daarna positief is geworden en verder gestegen is, een hoogtepunt bereikte aan het einde van de jaren '80 en vervolgens schoksgewijs is gaan dalen en momenteel weer bijna nul is. Wat dat betreft staan we er beter voor dan in december 1989.
Quote selectie