Open en gesloten cellen tonen vaak de neiging een zeshoekige vorm aan te nemen. Ik heb enkele voorbeeldjes gevonden. De zeshoek is niet steeds perfect te vinden, maar met een beetje goede wil, zie je wel wat ik bedoel.
Toevallig, zou je misschien kunnen denken. Maar niets is minder waar. Ook in het labo opgewekte Rayleigh-Bénard-convectie vertoont vaak een zeshoekig patroon. Bij sommige verder doorgedreven experimenten werden ook al spiralen of gewoon chaotische vormen waargenomen. Spiraal en zeshoek in twee opeenvolgende zinnen doen bij sommigen misschien een Fibonacci-belletje rinkelen .
Bij gesloten cellen stijgt de lucht in het midden van de cel, terwijl er langs de randen dalende luchtbewegingen te vinden zijn. Bij open cellen is het net omgekeerd: de lucht stijgt in de randen van de cel en daalt in de open cel zelf. De zeshoek blijkt daarbij de meest ideale vorm te zijn om de stijgende en dalende bewegingen van elkaar te scheiden.
Niet enkel in de atmosfeer blijkt de zeshoek een belangrijke vorm te zijn. We vinden de hexagoon op talrijke plaatsen in de natuur terug. Het is o.a. de vorm die bijen gebruiken voor hun honingraten, het is de vorm van de benzeenring, een zeer stabiele verbinding. Verder vinden we zeshoeken ook terug in ijskristallen en in thymine en cytosine, twee belangrijke basen die samen met adenine en guanine de DNA-spiraal (daar is Fibonacci weer:) ) vormen.