De Noordzee: de smelter
Als we het over sneeuw hebben, is de opbouw van de luchtmassa zeer belangrijk. Los van het feit of er al dan niet neerslag zal ontstaan binnen een luchtmassa, dient deze luchtsoort vol-doende koud te zijn. In veel situaties is dat ook zo, behalve in de onderste paar honderd meter. Dit is zeer vaak het geval nabij grote wateroppervlakken, waarbij de oppervlaktetemperatuur (SST) enkele graden boven het vriespunt ligt. Voor de Lage Landen in het bijzonder is de boosdoener meestal de Noordzee. De grote meren in Nederland hebben een vergelijkbare in-vloed, maar dan op veel beperktere en lokale schaal.
Het komt er bij ons op neer dat de Noordzee in zowat 85% van de gevallen een rechtstreekse rol zal spelen bij sneeuwsituaties in de Lage Landen. Wanneer de stroming aanlandig is, dat is dus bij een wind uit sectoren tussen W en NE, komt deze van over het zeewater. De lucht wordt door het relatief warme water in de onderste lagen opgewarmd, waardoor de luchtmas-sa een deel van haar koude-eigenschappen verliest. De stroming voert vervolgens die opge-warmde lucht het land binnen. Vriest het daar, dan zullen de onderste niveaus terug snel af-koelen en hun oorspronkelijke eigenschappen terugvinden. Maar dan is het voor de gebieden nabij de kust reeds te laat. De invloed van de Noordzee zal zich, afhankelijk van de sterkte van de stroming, verscheidene tientallen kilometer landinwaarts uitspreiden. Komt daarbij dat die gebieden ook nog eens de laagst gelegen zijn. De combinatie van de twee zorgt er dus voor dat een brede kuststreek (tientallen kilometer breed) bij aanlandige sneeuwsituaties heel dikwijls veel minder kans hebben op sneeuw dan verder landinwaarts, en dit terwijl alle pa-
Praktische gids voor de winterliefhebber - 2004 4 http://users.pandora.be/donderkop/
rameters sneeuw garanderen. Het is aan de voorspeller om de invloed van de Noordzee op elk moment goed in te schatten, haar niet te onderschatten en het gezond verstand er steeds bij te houden.
De Noordzee: de sneeuwbrenger
Nu hoeft niet alles van de Noordzee negatief te zijn. Het is immers zo dat zonder die warme plas de hoeveelheid sneeuw een stuk lager zou uitvallen in ons land. Het is immers net dat relatief warme zeewater die ervoor zorgt dat bij situaties met significante koudeluchtadvectie over de Noordzee, de opbouw van de luchtmassa onstabiel wordt. Terwijl het zeewater nog een graad of +5 kan halen in putje winter, kan het kwik op 500hPa (ca. 5.500m hoogte) uit-komen op een koude –35 tot –40 graden. Dit zorgt onvermijdelijk voor buien, die zeer hevig kunnen uitpakken. Eén en ander hangt af van de afstand dat de luchtmassa aflegt over het zeewater, we noemen dit de ‘fetch’. Wanneer de dynamische omstandigheden gunstig zijn, kunnen de buien zich groeperen tot georganiseerde systemen (clusters, Comma’s) of zelfs Polar Lows. Het is vooral bij deze georganiseerde systemen dat de neerslagintensiteit belang-rijk kan zijn.
Bij geïsoleerde sneeuwbuien sneeuw het meestal niet langer dan een minuut of tien. Het mag dan al om een zeer intense bui gaan, ingesneeuwd raak je er niet echt van. Bij clusters is dat anders. Hier kan het verscheidene uren aan een stuk goed doorsneeuwen en op den duur kan dat aanleiding geven tot meer dan 20cm sneeuw. Gezien het convectieve karakter zal de plaatselijke variabiliteit aanzienlijk zijn. De analogie met een MCS is hier snel gemaakt, zowel qua activiteit als qua levensduur. Een dergelijk systeem zal, bij het aan land komen, zeer snel aan activiteit inboeten en als het ware fragmenteren. In dergelijke omstandigheden zal de brede kuststrook net de grootste kans maken op een sneeuwdek. Een sneeuwdek die in dergelijke situaties dikwijls moeite heeft om meer dan een paar uur te blijven liggen.
Quote selectie