Hallo,
naar aanleiding van eerdere onderzoeken hier door Alwin (http://www.weerwoord.be/includes/forum_read.php?id=542992&tid=542992&exp=1 en http://www.weerwoord.be/includes/forum_read.php?id=542802&tid=542802&exp=1 ) en gebruik makende van zijn gegevens (bedankt!) heb ik een poging gedaan het klimaat van De Bilt te beschrijven zoals het nu is. Hierdoor heb ik een hele rij aannames moeten maken die soms wat discutabel zijn maar ik ben er toch van overtuigd dat ik een redelijk beeld kan geven. Wat ik hier poneer zijn geen waarheden, maar pogingen tot analyse. Ik ben ervan overtuigd dat ik redelijk dicht bij de waarheid zit maar heb die zeker niet in pacht. Trouwens, impliciet is in deze post mijn mening over het versterkt broeikaseffect te vinden. Ik zal hierbij niet ingaan op commentaren die het broeikaseffect ontkennen, daarvoor bestaan andere threads genoeg.
Beginnen we met figuur 1:
Hierop zie je een histogram van de gemiddelde temperatuur Tg voor de zomers te De Bilt voor de periode 1904-2005 (in totaal 102 zomers). De temperatuur van die zomers kan ontbonden worden in 4 delen (zie Alwins vroegere bijdrages):
* De gemiddelde temperatuur.
* Een deel veroorzaakt door de schommelingen in relatieve zonneschijnduur. Deze wordt bepaald door een regressie te doen tussen de temperatuursanomalieën en de zonneschijnduuranomalieën. Het resultaat is een anomalie van 0,1174°C/%zonneschijn. Per zomer kan dus berekend worden hoeveel °C afwijking er is door dit effect.
* Een deel veroorzaakt door het broeikaseffect. Dit wordt berekend door van de Tg van alle zomers de gemiddelde Tg en de schommelingen door zonneschijnduur af te trekken. Hierna wordt een lopend gemiddelde (van 9 jaar, gecentreerd over het jaar) toegepast met correcties voor de laatste 4 jaar (omdat we nog geen gegevens hebben voor de volgende jaren) en de eerste 4 jaar (geen gegevens voor 1904). Het resultaat is sterk gelijklopend met de analyse van Alwin alhoewel het iets verschoven is door een andere keuze van het gemiddelde (Alwin werkte met 1904-1980, ik met de volledige periode).
* Een random deel door natuurlijke variaties.
Van punt 2 en punt 4 heb ik een histogram gemaakt en dit dan proberen te simuleren met scheefgetrokken gaussische curves (indien interesse, zend me een mailtje). Met deze informatie en gebruik makende van de curve van punt 3 heb ik Monte Carlo 10000 maal 102 zomers gesimuleerd. Het histogram daarvan is te vinden in figuur 2:
Zoals je kan zien komt het histogram redelijk overeen met de werkelijkheid (figuur 1), maar is er veel minder variatie in de waarden van naast mekaar liggende staafjes (doordat er nu in totaal 1020000 zomers zijn en geen 102).
Nu heb ik de laatste 10000 simulaties genomen van hierboven. Deze simulaties werkten met de broeikasfactor geldende voor het jaar 2006. Het histogram van deze simulaties geeft een beeld van wat we van de zomers anno 2006 kunnen verwachten:
Wat zien we? Zomers als 1907 en 1956 zijn niet meer mogelijk, zomers als 1947, 2003 en 2006 zijn nog altijd warm, maar niet zo heel uitzonderlijk. 't Kan gerust nog een graadje warmer (stel je 2006 voor met een warme augustus).
En nu de winters!
Beginnen we met figuur 4:
Hierop zie je een histogram van de gemiddelde temperatuur Tg voor de zomers te De Bilt voor de periode 1905-2006 (in totaal 102 zomers). De temperatuur van die winters kan ontbonden worden in 4 delen (zie Alwins vroegere bijdrages):
* De gemiddelde temperatuur.
* Een deel veroorzaakt door de windrichting. Deze wordt bepaald door een regressie te doen tussen de temperatuursanomalieën en de ZW-index. Het resultaat is een anomalie van 7,4249°C/ZW-index. Per winter kan dus berekend worden hoeveel °C afwijking er is door dit effect.
* Een deel veroorzaakt door het broeikaseffect. Dit wordt berekend door van de Tg van alle winters de gemiddelde Tg en de schommelingen door veranderingen in wind af te trekken. Hierna wordt een lopend gemiddelde (van 9 jaar, gecentreerd over het jaar) toegepast met correcties voor de laatste 4 jaar (omdat we nog geen gegevens hebben voor de volgende jaren) en de eerste 4 jaar (geen gegevens voor 1905). Het resultaat is sterk gelijklopend met de analyse van Alwin alhoewel het iets verschoven is door een andere keuze van het gemiddelde (Alwin werkte met 1905-1980, ik met de volledige periode).
* Een random deel door natuurlijke variaties.
Van punt 2 en punt 4 heb ik een histogram gemaakt en dit dan proberen te simuleren met scheefgetrokken gaussische curves (indien interesse, zend me een mailtje). Met deze informatie en gebruik makende van de curve van punt 3 heb ik Monte Carlo 10000 maal 102 winters gesimuleerd. Het histogram daarvan is te vinden in figuur 2:
Zoals je kan zien komt het histogram redelijk overeen met de werkelijkheid (figuur 1), maar is er veel minder variatie in de waarden van naast mekaar liggende staafjes (doordat er nu in totaal 1020000 winters zijn en geen 102).
Nu heb ik de laatste 10000 simulaties genomen van hierboven. Deze simulaties werkten met de broeikasfactor geldende voor het jaar 2006. Het histogram van deze simulaties geeft een beeld van wat we van de winters anno 2006 kunnen verwachten:
Wat zien we? Alles is nog mogelijk. Alleen is de kans op een winter met Tg<0°C veel kleiner geworden en is 1990 niet zo uitzonderlijk meer.
Commentaar is van harte welkom.
Groeten,
Wouter
Quote selectie