Eerder dit jaar had ik mijzelf hier ook al in verdiept. Met het opstellen van een zomerverwachting had onderzoek gedaan naar gemiddelde maarttemperatuur in vergelijking met zomergemiddelde temperatuur. Ik had dit wat kleinschaliger aangepakt, zonder statistische analyse.
De erfenis van maart 2006? (mei 2006)
De koude maart van 2006 steekt schril af bij de warme tijden die zijn voorgegaan. Maart 2006 was de eerste maart sinds 1996 (3.2°) welke uitgesproken koud was (2001: 4.9°), en de eerste maand sinds oktober 2003 met een extreem koude decade. Deze prestatie van maart lijkt mij geen toeval te zijn, en zou indirect debet aan een komende koele zomer kunnen zijn.
Waarom maart? Ik heb een overeenkomst gevonden in het temperatuurgemiddelde van afgelopen maart (3.9°) met het zomergemiddelde. De meeste zomers die volgden op een maart waarin het gemiddelde van maart dit jaar vergelijkbaar was met die van maart in afgelopen jaren waren vrijwel allemaal in meer of mindere mate koel!
Hoe heb ik deze (schijnbare) overeenkomst gevonden? Het zoekcriterium was als volgt gedefinieerd: het maandgemiddelde van maart in de Bilt (3.9°) plus of min een afwijking van 0.5°, dus T(maart) is groter of gelijk aan 3.4° en kleiner of gelijk aan 4.4°. Vanaf 1901 vond ik in totaal 20 jaren met een vergelijkbare maart temperatuur, de helft dit aantal viel tussen 1901 en 1931.
De jaren die voldeden aan het zoekcriterium hadden bijna allemaal een gemiddelde zomertemperatuur lager dan de huidige normaal van 16.6°. Er waren vier uitzonderingen te vinden waarin de gemiddelde zomertemperatuur rond of boven de normaal lag: 1937 en 1925 (16.6°), 1901 (16.7°) en 1944 (16.8°), geen enkel jaar scoorde een gemiddelde van 17.0° of meer. We spreken van een warme zomer bij een gemiddelde zomertemperatuur van 16.9° of meer. Het gezamenlijke temperatuursgemiddelde van alle 20 zomers was bijzonder laag, namelijk 15.875°; bijna een graad lager dan de huidige norm! De jaren '84, '85 en '86 hadden de laatste reeks zomers die aan het zoekcriterium voldeden, en hadden een gezamenlijk zomergemiddelde van slechts 16.0°.
Wanneer ik het zoekcriterium breder zou nemen zie je dat een koude maart meestal een slechte voorbode is voor de zomer, want ook buiten mijn gekozen selectiebereik (3.4° t/m 4.4°) valt het verband nog steeds op, zij het iets wat minder sterk. Er zijn dan wel jaren waarin met een uitzondering op de regel, zoals het extreme jaar 1947 (maart 3.3°), hét uitzonderingsjaar bij uitstek, en uitzonderingen bevestigen de regels.
Misschien kan je een dergelijk verband ook wel voor andere maanden mbt het opvolgende seizoen vinden, maar in geen geval denk ik dat het óók zo duidelijk zal zijn (denk maar aan oktober en winter).
Na aanleiding van deze bevinding ging ik dus ook uit van een koele zomer 2006. Achteraf bleek dus het omgekeerde. Dit maakte het echter nog interessanter, want ook aan 1947 en 1976 ging een koude maart vooraf, met resp. 3.3°C en 3.0°C. Opvallend is dus dat drie van de heetste zomers in de recente klimatologie voorafgingen aan een koude maart. De verdeling tussen zomertemperatuur en maartgemiddeldes zou wellicht niet normaal verdeeld kunnen zijn.
Nog meer toevallen? Opzienbarend genoeg had 1941 ook een koude maart. De zomer van 1941 vergelijk ik graag met die van 2006, omdat deze zomer de enige sinds 1901 was met een warme juni en zeer hete juli, gevolgd door een koele sombere en natte augustus, waarbij het verschil in gemiddelde temperatuur tussen augustus en juni zeer groot was.
Misschien kan er dus een significantie worden gevonden tussen maartgemiddeldes en koele zomers. Of dit ook lukt voor warme maartgemiddeldes en warme zomers weet ik niet.
grt, Daniël
Quote selectie