Bifurcatie in de meteorologie slaat enkel op twee totaal verschillende oplossingen voor het stromingspatroon. Als je een splitsing ziet in de T850-pluim, dan zou ik dat bijv. een geclusterde spreiding noemen. Meestal zijn dergelijke clusters in de spreiding in de T850-pluim te herleiden naar de asposities van troggen en ruggen. Een wezenlijk ander stromingspatroon kan een soortgelijke temperatuur op 850 hPa geven maar bijv. met een veel lagere luchtvochtigheid of een sterkere stroming. In dit geval zit de onzekerheid hem in de precieze timing en amplitude van een langgolvige bovenluchttrog die het verschil maakt tussen een warme en koude temperatuur op 850 hPa. Kijk maar, op +168h zijn tenminste 6 v/d 10 leden het eens over de ontwikkeling van een stevige trog met de as min of meer rond onze regio. Timing en amplitude zijn enigszins onzeker. De andere leden leveren hele wisselende resultaten op, er is dus geen sprake van een duidelijke tweesplitsing in de mogelijke stromingspatronen. Er is één vrij uniforme oplossing, de onderstaande.