Na het record aantal orkanen (hurricanes) bij de Verenigde Staten van vorig jaar, is het aantal dit jaar tot nu toe onder de verwachting gebleven. Tot eind november kan er natuurlijk nog veel gebeuren.
De ontwikkeling van hurricanes in het Caribisch gebied hangt nauw samen met de klimaatschommeling El Niño. Langs de evenaar in de oostelijke Stille Zuidzee komt in de loop van sommige jaren een sterke opwarming van het normaal koele zeewater voor, die van invloed is op het weer in grote delen van de wereld. Dit effect wordt El Niño genoemd. Uit onderzoek is gebleven dat tijdens een "El Niño"-jaar in het Caribisch gebied minder orkanen tot ontwikkeling komen.
Er bestaat ook een tegenhanger van El Niño, La Niña genaamd. In zo'n situatie treffen we juist kouder zeewater bij de evenaar aan. De gevolgen van een La Niña zijn veel geringer dan van El Niño en beperken zich voornamelijk tot de winter. Globaal heeft La Niña het tegenovergestelde effect van een El Niño. Het Caribisch gebied krijgt tijdens een La Niña in het algemeen meer hurricanes te verwerken dan tijdens een El Niño. Dit heeft te maken met het feit dat het dan op grote hoogte minder hard waait zodat buienclusters, waaruit een orkaan ontstaat, tot zeer grote hoogte kunnen uitgroeien.
Onderzoekers van het KNMI hebben onlangs iets bijzonders ontdekt: ondanks de wereldwijde opwarming en de grote veranderingen die dat teweeg brengt, lijkt El Niño in de klimaatmodellen niet te wijzigen. Daarmee is een raadsel opgelost: “er verandert heel veel in de mechanismen achter El Niño maar toevallig is de som van al die veranderingen ongeveer nul”.
Bron: WNI
Quote selectie