Op deze toch maar vrij saaie weerdag en speciaal voor de nieuwkomers (zoals Kimme dat steeds zo mooi zegt) een uitgewerkt voorbeeld van een scherpe inversie. De oude rotten moeten dit bericht maar overslaan of eventuele fouten corrigeren.
Uitgangssituatie is 9 en 10 december 2004
De gronddrukkaart toont een Eurohoog, wij liggen aan de westflank ervan en daarbij wordt lucht vanuit het oosten aangevoerd.
Op de 850 hPa-kaart zie je dat er op die hoogte (rond de 1450 meter) er erg zacht lucht wordt aangevoerd.
Op de legende rechts kan je aflezen dat dit zo'n 8 °C moet bedragen.
Kijken we naar de waarnemingen op die dag te De Bilt dan zie je dat er zowaar zelfs Helmannpuntjes gescoord zijn en dat het maximum van die die dag amper +1,0 °C bedroeg.
Ook op 10 december bleef het koud en in de ochtend daalde de temperatuur zelfs tot -5,0 °C.
Ik meen zelfs dat Katya en Ruben op die dag een ijsdag genoteerd hebben.
Een zeer duidelijk voorbeeld dus van temperatuursinversie waarbij de temperatuur stijgt met de hoogte ipv te dalen.
Oorzaak van de koude is uitstraling, de koude plaklaag is daarna "vastgehouden" door de stratusinversie.
Die inversie kunnen we ook aflezen op de sounding (ballonpeilmeting) van die dag te De Bilt.
De rechterlijn is de tempratuur en je ziet die zeer scherp stijgen vanaf naar schatting 700 m hoogte.
Dit is het inversieniveau.
Tegelijkertijd zie je de linkerlijn (de dauwpunttemperatuur) niet afbuigen (hogerop wel) wat aangeeft dat temperatuur boven het inversieniveau erg droog is.
Beneden de 500 m vallen die twee lijnen samen en daar is de lucht verzadigd en onstaat er bewolking onder de vorm van stratus.
Onderstaande tabel van de sounding illustreert alles nog eens heel duidelijk.
Over een hoogteverschil van 900 m is er maar liefst een temperatuurverschil van 12,5 °C.
Merk ook op hoe droog de lucht is boven de inversie de relatieve vochtigheid daalt naar 30 %.
Overigens lag het inversieniveau in België lager , zo rond de 500 m, want Elseborn tekende een maximumtemperatuur op van bijna 11 °C en baadde daarbij in de zon.
Het satellietbeeld van 10 december illustreert mooi de inversiestratus, alle gebergten en middengebergten boven de 500 m baden in de zon.
Te zien zijn, de Alpen, Zwarte Woud, Vogezen, Jura en de Morvan.
Foto genomen op 10 december door Ruben, de stratus kleefde hier aan de grond wat mooie rijpplaatjes opleverde.
Iets meer technisch.
Onderstaande tekening toont wat er gebeurt bij een Eurohoog in de winter.
Dalende luchtbewegingen (subsidentie) doen de lucht opwarmen. Links zie je twee kubusjes, kubus A geeft aan wat er gebeurt wanneer een luchtvolume daalt, het wordt door de hogere omgevingsdruk samengeperst (situatie B).
Samenpersing van lucht leidt in de fysica automatisch tot temperatuurstijging wanneer er geen uitwisseling is met de omgeving (adiabatische opwarming). Het gevolg is ook dat de relatieve vochtigheid daalt waardoor bewolking , zo die er al was, gaat oplossen.
De lucht onderaan is koud en zwaar en zit dus gevangen, bij het dalen van het inversieniveau en bij uitstraling 's nachts ontstaat er stratus of mist.
Tot slot nog een randopmerking, de situatie van 9 en 10 december is niet ontstaan door een wegzakkend Scandi-hoog, integendeel op 6 december hadden we te maken met zachte lucht omdat we aan de noordzijde van het hoog lagen.
De kou had dus eigenlijk te maken met uitstraling en inversieomstandigheden, structureel winterweer kan dit zelden opleveren natuurlijk.
Quote selectie