Goedemorgen lieve weervrienden.
Hebben jullie dat ook weleens, dat je terug verlangt naar hoe het vroeger ooit is geweest? Dan heb ik een leukigheidje voor jullie. Hieronder de beschrijving van de klassieke decembermaand-wintermaand, zoals beschreven in de jaren '50, pak en beet 50 jaar geleden. De beschrijving is afkomstig uit het boek
Het weer in de praktijk van J.J.G. de Jong (Hans de Jong) en met bijdragen van J.H. Pelleboer. Ze vertellen het volgende over december:
Decem is tien. December is de tiende maand van de Romeinse jaartelling. December is de wintermaand, de maand der kortste dagen en langste nachten. Met een aantal uren zonneschijn, dat gemiddeld over het gehele land 39 uren bedraagt, is het de somberste maand van het jaar. Bekend zijn de z.g. "donkere dagen vóór Kerstmis".
De temperatuur is nog lager dan in de voorgaande maand en het aantal vorst-, sneeuw- en ijsdagen wordt groter.
Omstreeks het midden van de maand komt dikwijls een eerste vorstperiode voor, ongeveer tussen 12 en 17 december, die dan juist vóór de Kerstdagen weer afbreekt. Tijdens de Kerstdagen doet zich gewoonlijk een temperatuurstijging voor, die meestal juist voldoende is om de gevallen sneeuw te doen wegsmelten. De Duitsers spreken van "Weihnachtstauwetter". Witte Kerstdagen zijn in ons land dan ook vrij zeldzaam. Zeven van de strengste winters van de laatste 250 jaar begonnen in de tweede decade van december; ook de op één na koudste winter, die van 1946-'47.
Op 21 december, soms een dag er vóór of er na, bereikt voor ons hier op het noordelijk halfrond de zon de laagste stand aan de hemel.
In het midden van het land staat de zon op deze kortste dagen van het jaar 7 uren en 39 minuten boven de horizon; in Groningen nog 12 minuten korter; in Maastricht 18 minuten langer. Tussen Kerstmis en Nieuwjaar heeft het weer dikwijls een onstuimig karakter en valt er veel regen of sneeuw. De laagste temperatuur te De Bilt in december waargenomen bedroeg -20.8 gr. C. gemeten op 8 december 1871. De hoogste temperatuur was 14.4 gr. C. gemeten op 7 december 1856. Op 4 december 1953 steeg het kwik tot 14.2 gr. C. Het aantal vorstdagen bedraagt normaal voor De Bilt 13, Groningen 12, Den Helder 9, Vlissingen 7, Maastricht 11, Winterswijk 13. Gemiddel over het gehele land valt er op 3 dagen sneeuw, er zijn 20 regendagen en 3 ijsdagen.
Definitie. Onder een ij s d a g wordt een dag verstaan, waarop de temperatuur het gehele etmaal niet boven het vriespunt komt.
Er valt 65 mm neerslag.
Er komt, met uitzondering tijdens een vorstperiode, veel donker weer voor. Zijn er geen depressies met regen en wind, dan is in deze tijd van het jaar de kans op vele dagen met mist groot.
Buitengewoon veel mist kwam er in de winter van 1952-'53 voor; van de 90 winterdagen kwam er in een groot deel van het land op 50 dagen mist voor. Enige vorst kan in december als gunstig worden beschouwd. Strenge vorst doet bij aanwezigheid van een sneeuwdek weinig schade aan de grasmat en wintergranen.
Fijne feestelijke december 2006 toegewenst door
Harrie Laanstra.
Quote selectie