of preciezer gesteld:
Versnelt het verdwijnen van het zee-ijs op het Noordelijk Halfrond?
Bron gegevens: NSIDC, periode jan 1979-nov 2006
Kijken we daarvoor naar de volgende figuren.
Figuur 1: De trend van het zee-ijsoppervlakte op het Noordelijk Halfrond in miljoenen km² per jaar. De foutenbalken tonen één standaardafwijking van de trend.
Als we nu het signaal delen door de standaardafwijking krijgen we de verhouding signaal/ruis. Over het algemeen kan men stellen dat om een duidelijk signaal (significantie >95%) te hebben dat de absolute waarde van deze groter dan 2 moet zijn. Dit is duidelijk zo in alle maanden en over het volledige jaar.
Figuur 2: De absolute waarde van de signaal-ruis verhouding zoals beschreven hierboven.
Kijken we nu naar de versnelling. Ik heb iedere maal de trend berekend voor de periode [x-9,x] met x gaande van 1988 tem 2006 (2005 voor december en jaargemiddelde). Dan heb ik de trend van die trends berekend. Dit is de versnelling. Is deze negatief, dan wil dit zeggen dat het smelten versnelt. Is deze positief dan vertraagt het smelten.
Figuur 3: De versnelling (soort van 2e afgeleide van de oppervlakte) van de trend van het zee-ijsoppervlakte op het Noordelijk Halfrond in miljoenen km² per jaar per jaar. De foutenbalken tonen één standaardafwijking van de versnelling.
Opnieuw kunnen we de signaal/noise verhouding berekenen. Zoals gezegd hierboven kan men stellen dat om een duidelijk signaal (significantie >95%) te hebben dat de absolute waarde van deze verhouding groter dan 2 moet zijn.
Figuur 4: De signaal/noise verhouding van de hierboven beschreven versnelling.
Er is dus een duidelijk signaal voor de periode september-januari. In deze periode versnelt de afsmelting. Daarentegen, de vertraging gezien in de lente is niet significatief.
Groeten,
Wouter
Quote selectie