PARIJS - De extreme weersomstandigheden in 2006 bewijzen de opwarming van de Aarde. Dat stelde zondag secretaris-generaal Michel Jarraud van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), een agentschap van de VN. In Sydney werd op 1 januari vorig jaar meer dan 45 graden gemeten. Op de Noordpool verdween er 60.000 vierkante kilometer pakijs, wat overeenkomt met de oppervlakte van Belgiƫ en Nederland samen.
Een verklaring voor de opwarming van de Aarde is volgens de topman van de WMO de hogere uitstoot van broeikasgassen door de mens.
2006 was voor de Aarde het zesde warmste jaar ooit, en het vierde warmste voor het noordelijk halfrond.
Vooral in het begin en aan het einde van het jaar werden abnormaal hoge temperaturen opgetekend. Zo was het in het noorden van Noorwegen in januari en april meer dan twaalf graden warmer dan normaal. Ook in het Australische Sydney was het extreem heet, met temperaturen van bijna 45 graden Celsius op nieuwjaarsdag.
Aan de andere kant waren er extreme weersverschijnselen zoals langdurige droogte gevolgd door zware overstromingen in de hoorn van Afrika en zelfs in de Sahara en Niger.
Zeespiegel stijgt
Het zeepeil zou tegen 2100 met 10 tot 90 centimeter kunnen stijgen, of gemiddeld zo'n 50 cm, aldus Jarraud. Dit zou een ramp betekenen voor de eilanden in de Indische Oceaan of de steden aan de zee, die grotendeels dreigen onder water te komen staan.
Voor 2007 zou het zelfs nog warmer kunnen worden, meent Jarraud, die verwees naar de invloed van het fenomeen El Nino.
Quote selectie