Interessant artikel op de MC-site:
IJsregen donderdag
15.01.07 14:16
Afgelopen donderdag was er niet alleen sprake van stormwinden, regen en het overtrekken van een actieve buienlijn met lokaal heel veel regen in korte tijd, er was ook nog iets anders bijzonders aan de hand: ijsregen!
Rond 09.00 uur ’s ochtends werd onder meer vanuit Ede, Bennekom, Eindhoven en Barendrecht gerapporteerd dat met de regen die viel tussendoor ook ijsregen naar beneden kwam. En niet enkele druppels, maar een flink aantal.
Normaal gesproken komt ijsregen (vaak in combinatie met ijzel) voor bij temperaturen onder nul als afsluiting van een vorstperiode. Dit was nu zeker niet het geval. De temperaturen lagen op dat moment zelfs maarliefst op 5 a 6 graden boven nul! Het enige wat wel overeenkwam met een typische ijzel/ijsregen-situatie na een vorstperiode, was het binnendringen van warmere lucht in de vorm van een warmtefront.
Maar hoe is het mogelijk dat bij zulke hoge temperaturen en met de winter duizenden kilometers ver weg, er toch sprake was van ijsregen?! Om dat te begrijpen moeten we eerst weten wat ijsregen precies is en hoe het ontstaat.
In principe is ijsregen weinig verschillend van ijzel. Zowel ijzel als ijsregen worden gevormd door waterdruppeltjes van temperaturen onder nul. Het verschil tussen beide typen neerslag is dat ijzel bestaat uit onderkoelde (vloeibare) druppeltjes en dat ijsregen bestaat uit (deels of geheel) bevroren waterdruppeltjes.
De afsluiting van een vorstperiode gebeurt in Nederland vaak met het binnendringen van warmere lucht voorafgegaan door sneeuw, vaak gevolgd door ijzel/ijsregen, afgesloten met regen. Deze volgorde heeft te maken met de opbouw van de luchtlagen bij het passeren van het warmtefront. Een warmtefront hangt namelijk als het ware voorover (zie ook afbeelding 2). De warmere lucht dringt als eerste binnen in de hogere luchtlagen van de atmosfeer. Dit komt omdat de warmere lucht lichter is dan de aanwezige koude lucht en daardoor over de koude lucht heen schuift. Op het grensvlak tussen de warme en de koude lucht ontstaat bewolking en wanneer de bewolking dik genoeg is, valt er, op grotere hoogte, sneeuw uit.
Onder het voorste deel van het warmtefront is de lucht waar de sneeuwvlokken doorheen vallen nog steeds onder nul, waardoor de sneeuwvlokken intact blijven en daadwerkelijk als sneeuwvlokken het aardoppervlak bereiken.
Soms wordt deze fase overgeslagen – afhankelijk van de temperaturen in de onderlucht – en komen we direct in de volgende fase van neerslagvormen terecht: ijsregen en ijzel. Deze vormen van neerslag ontstaan wanneer de sneeuwvlokken die uit de bewolking vallen onderweg smelten en overgaan in regendruppels, doordat de lucht onderweg tijdens het naar beneden vallen op grotere hoogte relatief warm is. Wanneer de tot waterdruppels verworden sneeuwvlokken vervolgens de lagere luchtlagen bereiken, maar de koude lucht dichter bij de oppervlakte nog niet verdreven is – het warmtefront helt immers voorover (zie het plaatje) – en de lucht droog genoeg is, kan de druppel zodanig afkoelen dat haar temperatuur weer onder nul komt.
Indien het koud en droog genoeg is, bevriest de druppel weer deels of geheel, en vormt zich ijsregen. Indien de luchtlagen op lagere hoogte iets minder koud en droog zijn, vormen zich vloeibare onderkoelde druppels. Wanneer de al dan niet bevroren druppels van temperaturen onder nul op de door de vorsperiode nog bevroren aardbodem vallen, vormen deze een ijslaag op straten, objecten en planten, en dus ook voor gladheid. Wanneer de onderste lagen met het binnenstromen van de warmere lucht warm genoeg worden en de temperatuur van het aardoppervlak boven nul komt, vormt zich geen ijslaag meer en gaat de neerslag over in ‘gewone’regen….
Als er dan nog onderkoelde waterdruppels vallen, valt dat niet op, omdat deze niet bevriezen als ze het aardoppervlak bereiken en er dus geen ijzel ontstaat. IJsregen valt dan normaal gesproken niet meer naar beneden, omdat het daar dan niet koud genoeg meer voor is in de onderste luchtlagen.
Maar het kán wel… mits de waterdruppel - die oorspronkelijk dus een sneeuwvlok was - onderweg naar het aardoppervlak maar een luchtlaag tegenkomt die koud en droog genoeg is om de druppel voldoende te laten afkoelen. Maar de kans is behoorlijk klein geworden.
Bij temperaturen aan het aardoppervlak van 5 a 6 graden boven nul wordt de vorming van ijsregen nog onwaarschijnlijker, omdat de lucht erboven dan normaal gesproken ook te warm is. Maar het zelfs dan is het nog mogelijk, dat bleek afgelopen donderdag wel!
Wat afgelopen donderdag waarschijnlijk gebeurt is, is dat, op wat lagere hoogte niet al te ver boven het aardoppervlak, zich een luchtlaag bevond met relatief koude lucht en dauwpuntstemperaturen onder nul. De dauwpuntstemperatuur is de temperatuur waarbij de lucht geen vocht meer kan opnemen – en andersom: de temperatuur waarboven de lucht nog wél vocht kan opnemen en waterdruppels dus kunnen verdampen.
Dat deden de regendruppels dan ook toen ze door de koude en droge luchtlaag heen vielen: ze begonnen (deels) te verdampen. Omdat verdamping - het overgaan van water in vloeibare vorm naar water in gasvorm - energie kost, verloren de druppels daarbij warmte(energie) en koelden dus af. Omdat de dauwpuntstemperaturen onder nul lagen, konden de waterdruppels eveneens afkoelen tot onder nul en bevriezen. Overigens hoeft de temperatuur van de luchtlaag zelf niet onder nul te zijn geweest: het gaat erom dat de regendruppels door het warmteverlies dat tijdens het proces van verdamping optreedt, kunnen bevriezen.
Het proces van verdamping en afkoeling werd nog eens versterkt door de grote windsnelheden van afgelopen donderdag. Veel wind betekent immers dat de lucht in grote snelheid stroomt en er dus veel lucht langs de druppels strijkt die waterdamp kan opnemen. Hierdoor verdampten de druppels in grotere mate, en koelden ze dus nog verder af, dan bij minder wind het geval zou zijn geweest.
De relatief koude en droge luchtlaag waarin dit proces plaatsvond, bevond zich daarbij waarschijnlijk bovendien niet op al te grote hoogte. Anders waren de bevroren druppels in de warmere luchtlagen eronder normaal gesproken wel weer vloeibaar geworden, voordat ze het aardoppervlak bereikt hadden.
Zodoende hadden we toch ineens een beetje winterneerslag in deze tot nu toe zo zachte januari, los van de enkele hagelbuien die we de afgelopen weken zo af en toe mochten begroeten dan wel trotseren….
Ook deze week zou het wel eens kunnen gaan hagelen, en héééél misschien valt er volgende week wat natte sneeuw, maar echt winterse neerslag… dat lijkt toch wel erg onwaarschijnlijk. Weerkaarten op de (zeer) lange termijn laten echter wél een tijdelijke flinke afkoeling zien met misschien wel winterse neerslag, maar dat is nog ver weg in de tijd en de verschillende weermodellen zijn het niet helemaal met elkaar eens. Voorlopig is het dus nog even afwachten en moeten we het doen met de enkele druppels ijsregen van afgelopen donderdag.
Bron: Meteo Consult
Quote selectie