In de bovenlucht is de wind ZW waarmee zachte lucht wordt aangevoerd. Maar onderin is de wind nog altijd oostelijk, waarmee koude en relatief droge lucht wordt aangevoerd (dauwpunten in Bremen -4 en Hamburg zelfs -7). Die koudere lucht is zwaarder dan de zachtere lucht en blijft er dus onder zitten. Zodra de grondwind naar zuidelijke richting draait, is het snel gebeurd.
Quote selectie