Veertien jongeren beleefden op het IJsselmeer een bijzonder avontuur. Ze waren in de buurt van Urk aan het schaatsen toen het ijs door de wind begon te scheuren. Ze ontdekten, dat ze zich op een schots van 400 bij 500 meter bevonden, die vrij snel van de kust af dreef naar de vaargeul van Lemmer naar Lelystad toe. Een Urker reddingboot zou zijn uitgevaren, ware het niet dat deze was ingevroren; waarom zou je ook een reddingboot paraat houden als er ijs ligt? De jongelui werden tenslotte met kleine rubberboten van de ijsschots gehaald. Overigens is dit maar een klein avontuurtje vergeleken bij het angstig avontuur van drie vissers die in 1849 veertien dagen in een ijsveld op het IJsselmeer, toen nog Zuiderzee, gevangen zaten zonder ergens aan wal te kunnen gaan. (Bron : Ron Couwenhoven, IJs & Weder; Uitgeverij BZZTôH)
Deze tekst is opgenomen in de beschrijving van 15 januari in het dagboek 1985.
Groet,
Cees
Quote selectie