Een korte, eenvoudige toelichting:
Er zijn 2 belangrijke factoren die het wel of niet detecteren van neerslag door de radar bepalen:
- of er neerslag in de baan van de radarbundel zit
- de grootte van de druppels
Als er geen neerslag in de baan van de bundel zit dan valt er weinig te detecteren.

De ondergrens qua hoogte waarop de radar neerslag kan detecteren is dan afhankelijk van de afstand tot de radarbron. Dit is zo omdat de radarbundel steeds hoger tov het aardoppervlak komt als de afstand van de bron vordert. Dit komt door 2 zaken: ten eerste worden de radargolven onder een hoek tov het aardoppervlak uitgezonden (er worden meerdere 'scans' onder meerdere hoeken gedaan), in meerdere en ten tweede de kromming van de aarde speelt ook een rol.
De grootte van de druppels is ook van belang, bij te kleine druppels wordt er te weinig van de radargolven teruggekaatst.
En natuurlijk kan de neerslagintensiteit buiten de bundel (voor ons is dan onder de bundel meest van belang) ook hoger of lager zijn dan de neerslagintentsteit in de bundel. Een wellicht al bekend voorbeeld is neerslag die als deze in drogere luchtlagen valt verdampt (soms daarbij te zien als virga).
Zie trouwens ook:
http://www.knmi.com/VinkCMS/explained_subject_detail.jsp?id=3639
http://www.keesfloor.nl/artikelen/zenit/radar/index.htm
http://www.knmi.nl/~holleman/radarintro_nld.html
Quote selectie