De genoemde DOE's lijken vooral plaats te hebben gevonden op het noordelijk halfrond (of zelfs maar een deel daarvan), i.t.t. de huidige opwarming die duidelijk wereldwijd is.
Dit heeft ook te maken met het punt dat aan het begin van het deglaciatieproces de stijging van koolstofdioxide (CO
2) circa 800 jaar achterloopt op de stijging in temperatuur, daarna lopen deze pas gelijk en blijven dat doen gedurende de rest van de 4.200-9.200 jaar die een gemiddelde deglaciatie duurt. Hierover heb ik recentelijk al wat op het verdiepingsforum geschreven:
"Nauwkeurige bestudering van de precieze gegevens over de afgelopen 450.000 jaar van koolstofdioxide en methaan, verkregen uit ijskernen afkomstig van Antarctica en Groenland, onthult dat de temperatuur in nauwe correlatie loopt met de concentraties CO
2 en CH
4. Maar het is onjuist om in het algemeen te stellen dat eerst de temperatuur stijgt en circa 800 jaar daarna pas de concentratie koolstofdioxide, want deze opwarmingsperioden duurden tussen de 5.000 en 10.000 jaar (de afkoelingen circa 100.000 jaar) wat betekent dat gedurende een meerderheid van de tijd (~90%) de temperatuur en concentratie koolstofdioxide simultaan stegen. Dit betekent ook dat dit wonderlijke archief van klimaatkundig bewijs toelaat dat CO
2 als oorzaak fungeert maar tevens onthult dat het ook een effect (gevolg) kan zijn.
Onze huidige kennis van deze cycli is dat veranderingen in de orbitale eigenschappen (Milankovich en andere cycli) verantwoordelijk waren voor grotere hoeveelheden zonneschijn in de zomer op het noordelijk halfrond. Dit is maar een kleine forcering, maar het zorgde voor de terugtrekking van landijs in het noorden met als gevolg een verandering in het albedo en zodoende een opwarmend terugkoppelingseffect bewerkstelligend. Circa 800 jaar nadat dit proces gestart is, beginnen de concentraties koolstofdioxide te stijgen en ook dit amplificeerde de opwarmende trend nog verder als een extra terugkoppelingsmechanisme.
Koolstofdioxide is dus niet de oorzaak van de opwarmingen, maar draagt hieraan bij en volgens de klimaattheorie en modelexperimenten is de forcering als gevolg van het versterkte c.q. verzwakte broeikaseffect de belangrijkste factor in de ultieme verandering. Eén ding dat dit zegt voor de toekomst is dat het zeer goed mogelijk is dat we nog meer uitstoot van natuurlijke CO
2 zullen zien, waarbij we vooral moeten kijken naar de vrijkomst van koolstofdioxide uit de opwarmende oceanen, koolstof uit de opwarmende bodem en methaan vanonder de smeltende permafrost."
Gr. Ben
Quote selectie