Er zijn meerdere wetenschappelijke studies gedaan naar het percentage van de bevolking dat het bij een bepaalde combi van temperatuur en rel. luchtvochtigheid onaangenaam warm begint te vinden.
In 1959 publiceerde E.C. Thom een artikel over zijn 'discomfort' index (DI). De DI is de
meestgebruikte bioklimaatindex als het gaat om onderzoek naar het 'thermische' welbevinden van de 'stadsmens' en wordt gegeven met de formule:
DI = T-0.55(1-0.01RV)(T-14.5)
met T de uurgemiddelde temperatuur (°C) en RV de uurgemiddelde relatieve luchtvochtigheid in procenten.
Bij een RV van 100% is de DI gelijk aan de temperatuur; normaal gesproken is de DI dus altijd lager dan de temperatuur.
Bij DI-waarden van 24.0 of hoger vindt meer dan de helft van de bevolking de warmte onaangenaam worden, dat is waar de tabel hieronder geel/oranje/rood begint uit te slaan.
In de tabel is te zien dat voor een RV van 30% de meerderheid van de bevolking (pas) bij ongeveer 30° afhaakt, terwijl dat voor een RV van 90% al bij 24 à 25° gebeurt.
Nu hebben we eindelijk een populistische (
ad populum) manier om de klaagzangen van hitteliefhebbers en -haters te relativeren! Kennelijk betekent een DI beneden de 21 dat je als hittehater even niet moet zeuren.
Groet,
Alwin
Quote selectie