De koude luchtmassa's die 's winters over de pool uitspreiden zullen zelfs bij 8-9 graden opwarming aldaar tot 2100 nog voldoende koud zijn om gedurende de maanden december-maart voor aardige ijsvorming in de poolstreek te zorgen (een SST van 10 gr. in die gebieden zomers is niet heel reeël, denk eerder 4-5 gr. max bij 8 gr. opwarming). In het meest 'warme' scenario met de meeste afsmelting is de Noordelijke IJszee voor het eerst ijsvrij rond 2018 (ligt aardig op schema nu, ietsje sneller zelfs --> 2015) maar ligt zelfs aan het eind van deze eeuw in maart nog 15-20% van de zee dicht met zeeijs.
Hieronder plaatje met een gemiddelde van vele klimaatmodelsimulaties van de concentratie zeeijs in het noordelijk poolgebied in de maanden JFM (Jan-Mrt) en JAS (Jun-Sep). Links voor 1980-2000 en rechts voor 2080-2100. Het gaat hier om de resultaten bij circa 3 graden mondiale opwarming, wat in die gebieden neerkomt op zo'n 5-5,5 graden. Waar tegenwoordig grote delen van het poolgebied zelfs in de zomer nog met tenminste 15% aan zeeijs bedekt zijn (en een heel groot gebied >85%), is dat tegen 2080-2100 veel minder geworden. Het grootste gebied heeft nog maar een concentratie van ~50% met een gebied eromheen van niet veel hoger dan 30-35%, dat zich uitstrekt ongeveer tot waar momenteel minstens 80% ligt.
Zie IPCC hoofdstuk 10.
Gr. Ben
Quote selectie