Goeie vraag.
Ik zal het proberen uit te leggen waarbij er volgens mij ook nog een verschil is tussen hoge- en lagedrukgebieden.
Meestal wordt langs de zuidkant van een depressie de warme lucht naar het noordoosten geblazen (warme sector). De depressie trekt dan achter de warme lucht aan naar het oosten. Warme lucht stijgt namelijk op en daardoor daalt de druk aan de kant waar de warme lucht wordt aangezogen. Soms is de verdeling van warme en koude lucht omgedraaid, bijvoorbeeld in het voorjaar. Een lagedrukgebied in onze buurt zuigt dan warme lucht over Skandinavië langs de noordkant van het laag die helemaal aan de achterkant (noordwestkant) terecht komt Ondertussen trekt koude lucht over Frankrijk naar het oosten. De depressie trekt dan achter de warme lucht aan die naar het westen stroomt en dus beweegt het lagedrukgebied retrograads.
Verder spelen de planetaire golven (rosbygolven) in de straalstroom een rol. De gemiddelde stroming is tot op hoogten van 15 tot 20 km van west naar oost over het gehele noordelijke halfrond. De mate van westelijke stroming noemt met 'zonaliteit'. Nu zijn er golven in de straalstroom die hebben een top (rug) en een dal (trog). Deze rosbygolven proberen tegen de stroom in naar het westen te bewegen. Meestal lukt dat niet en is de zonaliteit groter dan de voortplantingssnelheid van deze golven waardoor ze toch achteruit bewegen en dus naar het oosten. Aan de grond zijn aan deze golven hoge- en lagedrukgebieden gekoppeld, hoog aan de berg/rug en laag aan het dal/trog. Deze bewegen dan ook naar het oosten. Het gedrag van rosby-golven is wel wat vergelijkbaar met golven in een rivier. Korte golven bewegen maar langzaam en komen niet tegen de stroom in. Lange golven bewegen veel sneller en kunnen dus wel tegen de stroom in als die niet te sterk is. Achter stenen onder water zie je vaak ook een patroon van golven die stil lijken te staan. In de atmosfeer gebeurt dat ook en dan is de situatie geblokkeerd. De rosby-golf verplaatst zich dan net zo snel naar het westen als de gemiddelde stroming naar het oosten. De golf staat dan schijnbaar stil waarmee ook de hogedrukgebieden op dezelfde plaats blijven liggen. Wanneer een rosbygolf langer wordt en/of de zonaliteit kleiner lukt het hem om naar het westen te bewegen. De hoge- en lagedrukgebieden verhuizen mee en bewegen dus retrograads. Dit geldt vooral voor het hogedrukgebieden. De hoogte-trog, waar deze depressies aan vast zitten, heeft vaak een kortere golflengte maar kan desondanks retrograad bewegen waarbij die transformeert in een koude put.
In de winter is de zonaliteit groter als in de zomer, a.g.v grotere temperatuurverschillen tussen de (sub)tropen en poolgebieden. Een rosbygolf moet dan ook langer zijn om stationair te lopen en nog langer om retrograads te bewegen. Op onze breedte is een stationaire rosbygolf in de zomer ca 60 lengtegraden lang en in de wintermaanden 100-120°.
Victor
Quote selectie