Bij dooi verliest het sneeuwdek eerst aan stabiliteit. Maar daarna, als het sneeuwdek dan de kans krijgt, af te koelen (hiertoe hoeft het niet eens te gaan vriezen, de nachtelijke uitstraling volstaat), dan worden de sneeuwkristallen aan elkaar gekit, en wint het dek juist aan stabiliteit: zwakke tussenlagen (bijv. ingesneeuwde rijplagen, het meest gevreesd door winterbergbeklimmers) zijn weg.
@ Harry: in Galtür kwam dit er inderdaad bij. Die laag kon een enkele skier toen wel houden, en het zog. Schneebrettgevaar was dus in feite niet meer echt gegeven. Door die monsterlijke hoeveelheden verse sneeuw toen (het was ook nog eens vrij warm, dus de sneeuw was nog zwaar ook), werd het uiteindelijk gewoon teveel. Dit was niet meer een Schneebrett zoals ze elke winter weer toerengangers om het leven helpen (dit was mijn insteek), maar de beruchte samenloop van omstandigheden.
P.S.: als iemand een Nederlands woord voor Schneebrett weet, dan houd ik me gaarne aanbevolen. NB: het woord lawine is breder.
Quote selectie