Maar hoelang houdt een gemiddelde WC meestal stand? Ik vraag me dit af omdat er nu weer wat interresantere kaarten beginnen te verschijnen.
Soms een half jaar. Bijvoorbeeld van medio september 1974 tot eind januari 1975.
Gemiddeld moet je bij een uitbrekende westcirculatie vaak zo'n 6 tot 8 weken uittrekken...
Maar het komt best wel voor hoor, dat zo'n westcirculatie tijdens de hoogwinter toch plotseling stagneert en gelegenheid biedt tot de ontwikkeling van een winterperiode.
Uit de praktijk herinner ik het mij van januari 1976: Toen vanaf ongeveer de kerstdagen tot rond 24 januari een jagende westcirculatie. Vanaf ongeveer de 25e januari overgang naar een vorstperiode inclusief Scandinavische hogedruk.
Prachtig was ook de misschien wel wat onverwachte komst van nog een supervorstperiode eind januari 1986. Die zou de hele maand februari nog aanhouden en op 26 februari zelfs nog een elfstedentocht opleveren... Daarvóór was een westcirculatie actief vanaf circa 11 januari tot circa 25 januari. Daar zat alles in: Storm, onweer, allemaal anti-winter verschijnselen dus. En...toen de winter kwam, kwam die met...krimpende winden via het zuiden naar het oosten tot noordoosten. Curieus was ook, dat op het moment van de wintervoorbereidselen er géén koude lucht (meer) was in het aanvoertraject. Terwijl juist tijdens de voorgaande westcirculatie met vrij zuidelijke depressiepassages zich boven Scandinavië een tijdland een voorraadschuur met koude continentaal-arctische lucht had bevonden.
Wat ik er maar mee wil zeggen: Nú praat iedereen met ontzag over bijvoorbeeld winter 1986. Maar die winter kwam tot stand in weerwil van heel wat vooroordelen die ook in onze dagen nog opgeld doen (zoals krimpende winden, afwezigheid kou in het aanvoergebied).
Als de wind eenmaal in de oosthoek zit, komt de kou vanzelf. Althans dat is mijn ervaring. Soms moet je echter wel héél lang wachten. Zie daarvoor januari 1972. De hele maand zat de wind al in de oosthoek, maar het wou maar niet echt winter worden.... Tot 16/17 januari 1972. Zomaar ineens overviel ons op een bijna 1929-achtige wijze met harde tot stormachtige oostelijke winden bitterkoude droge winterlucht uit Polen e.o. met temperatuurdaling tot -10º C. in Noord-Nederland. Jammergenoeg 2 dagen later alweer dooi. Anders was de Elfstedentocht er toen subiet gekomen.
Quote selectie