Het verschil in temperatuur tussen de lijzijde en loefzijde onstaat door het verschil in nat- en droogadiabaat. Lucht die nat-adiabatisch stijgt en droog-adiabatisch daalt moet vocht afstaan. Dat gebeurt in principe in de vorm van neerslag. Maar het kan ook door afzetting van mist in de bossen op de berghelling aan de windzijde.
Verder kan ook de zon een rol speelt die aan de windzijde niet schijnt en aan de luwzijde wel. Hierdoor onstaan ook temperatuur verschillen maar dat lijkt me in deze tijd van het jaar nauwelijks aan de orde in de Alpen.
Victor
Hoi Victor,
Ik ben bekend met het principe van een föhnwind, maar ik denk dat ook menging belangrijk is.
Zie de kaartjes hieronder. Er is nauwelijks stuwingsneerslag terwijl je toch een groot temperatuurcontrast ziet tussen loef- en lijzijde. Ik denk dat verticale menging hier een belangrijke rol speelt. Als de potentiële temperatuur toeneemt met de hoogte zal er aan de loefzijde afkoeling plaatsvinden (negatieve theta-advectie) en aan de lijzijde opwarming door turbulente menging met de warmere (lees: hogere theta) bovenlucht. Dat is tenminste wat ik meen te zien in de onderstaande kaarten.
Groet,
Alwin
Quote selectie