Ten eerste: de hoogste windstoten komen ruwweg overeen met de
wind net boven de grenslaag (1000-1500m) en dus niet met ofwel de gradiëntwind ofwel de geostrofische wind. Verder heb ik bij de gradiëntwind geen straal genoemd van de depressie. Deze heb ik op 450 km gesteld, tweemaal de afstand Groningen-Sylt. Dan komt de geostrofische wind uit op 58 m/s en de gradiëntwind op 35 m/s (deze wind is vanwege de sterke kromming aanzienlijk subgeostrofisch).
Wil je dus net boven de grenslaag een windsnelheid halen die voldoende is voor 200 km/u op zeeniveau, dan moet je rechtlijnige isobaren hebben (geostrofische wind) en een luchtdruk van 952 hPa boven Sylt. Heb je perfect gekromde isobaren (gradiëntwind) dan moet je óf een enorme omvangrijke depressie hebben óf een ontzettend lage luchtdruk (tot 940-930 hPa). In werkelijkheid zijn de isobaren nimmer perfect rechtlijnig en ook nimmer perfect gekromd, dus de werkelijke wind net boven de grenslaag zal ergens tussen deze twee windsnelheden inzitten. Soms is het wel mooi te zien dat het wat uitmaakt, want in 1972 had je een venijnig kleine en mooi ronde randdepressie dat passeerde waarbij de wind op 850 hPa niet veel hoger geweest zal zijn dan de gradiëntwind (45 m/s). De hoogste windstoten waren daaraan nagenoeg gelijk.
Wie nog (meer) fouten ontdekt: meld ze gaarne! Ik ben ook maar een beetje aan het puzzelen geweest

.
Verder nog, als je zelf wat wil uitrekenen kan je gebruik maken van de sheet die je via de link hieronder kan downloaden. Standaard heb ik nu een depressieradius ingesteld die tweemaal de afstand is waarover het drukverval geldt. Het drukverval wordt dus ingevuld voor de helft van de afstand tussen de kern van de depressie en de buitenste cirkel van de depressie waartussen je een min of meer gelijke afstand van de isobaren hebt.
Gr. Ben
Quote selectie