Maar helaas laten een meerderheid van de klimaatmodellen vooral de arctische gebieden en onder andere ook Europa zwaarder dan het mondiale gemiddelde door de klimaatopwarming treffen.
Opwarming troposfeer, afkoeling stratosfeer (ook een gevolg van het versterkte broeikaseffect) in winter betekent een grotere kans op een sterke wc.
In die zin is er wel enige wetenschappelijk 'bewijs) dat winters zoals 1985 almaar moeilijker zullen worden. In de wetenschap dat zulke winters in de twintigste eeuw al niet zo makkelijk meer tot stand kwamen als in de negentiende eeuw, kan men zich de vraag stellen of het in de eenentwintigste eeuw uberhaupt nog zal lukken.
Ik heb het hier nu wel niet over een of twee weken winter, zoals in 1991, maar over winters die in hun geheel in Ukkel onder 1°C eindigen. Of over winters met minstens 20 ijsdagen.
Wie de gegevens bekijkt ziet dat de achteruitgang al vroeg in de twintigste eeuw werd ingezet. Na een korte, maar sterke opleving in de jaren veertig ging het weer bergaf met de winters. De jaren 50 en 60 waren nog okee, maar daarna ging het verder bergafwaarts. Zelfs de jaren 80 wisten die neerwaartse trend niet te stoppen. Gelukkig heeft niemand van ons de winters in de negentiende eeuw beleefd. Toen kreeg men ongeveer om de 4 jaar een winter van het kaliber van 1985. Dat zegt veel over de enorme hoeveelheid kou die Europa in de loop van de twintigste eeuw in 2 golven, eentje tussen pakweg 1895 en 1938, en een tweede beginnend in de jaren vijftig verloren heeft. Velen onder ons vonden de koudegolf van 1997 heel wat. Wel nu: die winter komt in onderstaand lijstje zelfs niet voor.
Het lijstje met winters met minimum 20 ijsdagen:
1838 (28), 1841 (33), 1845 (35), 1847 (37), 1848 (25), 1850 (26), 1854(21), 1855(27), 1861 (25), 1865(22),1870 (20), 1871 (24), 1876 (25), 1879 (29), 1880 (36), 1886 (21), 1888 (33), 1891 (36), 1893 (24), 1895 (30), 1917 (27), 1929 (25), 1940 (28), 1941 (26), 1942 (38), 1947 (35), 1956 (21), 1963 (38), 1985 (24).
Ik ga akkoord dat die eerste opwarmingsgolf niet aan het versterkte broeikaseffect kan worden toegeschreven. Tussen 1900 en 1930 werden heel veel winters van begin tot einde door zeer strakke wcs beheerst. En de zomers waren nog behoorlijk koel. Ook de jaren negentig werden gedomineerd door een krachtige wc. De laatste jaren echter vind ik die wc wel meevallen. Monsterdepressies op de oceaan zijn nu een stuk zeldzamer dan in de jaren negentig. Toch blijft het warm. Een mooie geblokkeerde periode zoals in februari en maart 2005 leverde al bij al weinig kou op. De afgelopen jaren merk ik telkens weer enorme warmteoverschotten op in de noordpoolgebieden. Over een driemaandelijke periode beschouwd blijken de gebieden met (weinig uitgesproken)negatieve anomalieën duidelijk een kleiner oppervlak te beslaan dan de gebieden met (sterk uitgesproken) positieve anomalieën. In de wetenschap dat een grote winter hier ongeveer 2.5 graden onder de norm scoort, lijken de kansen zeer klein te zijn geworden.
Meer extremen dus, ja, maar in warme zin, niet in koude. Die extremen nemen verder af.
mvg,
Dieter
Quote selectie