Hoi mensen,
We zitten vaak met z'n allen naar de UGKB-weerkaarten te kijken, maar hoe ziet de weerkaart er nou écht uit tijdens een vorstperiode*? Om die vraag te beantwoorden heb ik de weerkaarten van alle 40 eerste vorstperioden van de winters van 1947/48 tot en met de huidige winter geanalyseerd. Van die 61 winters gingen er dus 21 voorbij zonder landelijke vorstperiode.
Voor deze analyse heb ik de NCEP/NCAR reconstructie van dagelijkse gronddrukkaarten en 500-hPa hoogtekaarten vanaf 1948 gebruikt. Hieronder worden de 40 weerkaarten gemiddeld over de zeven dagen vanaf de eerste dag van de 40 vorstperioden getoond. Ik neem het gemiddelde over een periode van 7 dagen om kortgolvige fenomenen eruit te filteren, zodat je een beter beeld krijgt van het grootschalige stromingspatroon. Ik heb geprobeerd de layout zo goed mogelijk te laten overeenkomen met de welbekende WZ-kaarten: in kleur de geopotentiële hoogte op 500 hPa, met dezelfde betekenis der kleuren als op Wetterzentrale, en de gronddruk volgens de witte contourlijnen.
In de titel boven iedere postzegel het 7-daagse tijdvak waarover de weerkaart is gemiddeld, met daarachter tussen haakjes de eerste dag van de vorstperiode. De tweede titelregel geeft de duur van de vorstperiode N, de bijdrage Kvp aan het koudegetal van Hellmann tijdens de vorstperiode, en het totale koudegetal van Hellmann Kwinter over de betreffende winter. Zo krijg je een idee van hoe solide de vorstperiode eigenlijk was en hoe het karakter van de winter was waarvan de vorstperiode deel uitmaakte.
Helemaal rechts onderaan zie je de gemiddelde weerkaart van 16 t/m 22 december 2007. Hij staat er dus bij, ondanks alle klachten over W2008!

Oké, het was met Kvp = 18.1 geen grote jongen, maar toch. Opvallend in vergelijking met andere vorstperioden is de oranje kleur boven onze omgeving met een kern boven Denemarken, die duidt op een hoge ligging van het 500-hPa vlak. Als ik de meest gelijkende vorstperiodekaart erbij zou moeten zoeken zou ik denk ik op februari 1959 uitkomen. Toen ook zo'n vrij platte en brede (langgolvige) rug en een NW-ZO geörienteerd grondhoog. In januari 2001 zag je ook zoiets, maar toen was er nog een ULL boven Frankrijk en was het blokkerende bovenluchthoog wat 'boller' van vorm. Dat het ook heel anders kan zag je in december 1950. Geen typische kaart met Scandihoog en mediterraan trekpaard. Er zitten ook een paar mooie 'Groenlandconfiguraties' tussen, met juist een bovenluchttrog over Scandinavië.
In de toekomst wil ik ook dergelijke postzegels maken van de weken vóór de betreffende vorstperioden. Wellicht kunnen we daar weer veel (meestal valse) hoop uit putten, als duidelijk wordt hoe uitzichtloos een weerkaart er niet zo lang voor de kou soms nog uitzag.
Groet,
Alwin
* landelijke vorstperiode: een tijdvak van minstens vijf dagen op rij met in De Bilt een etmaalgemiddelde temperatuur beneden het vriespunt, waarin de som van etmaalgemiddelde temperaturen -16 graden of lager is.
Quote selectie