Het ligt complexer.
De westenwind die over het noorden van de Atlantische oceaan aan komt waaien is minder zacht en vochtig. Dat zal vooral voor Noord-Europa lagere temperaturen geven en 's winters meer sneeuw en ijsvorming langs de kusten van de Oostzee. Sneeuw en ijs versterken de afkoeling en daarmee het in stand houden van sneeuw en ijs. De winter kan zich dan beter nestelen in noordoost-Europa, iets wat de laatse jaren haast niet lukt. Valt er nu sneeuw in Zuid-Zweden en de Baltische staten dan is het ook zo weer weg wanneer de wind vanaf de louwe Oostzee waait. Het water eet de vrieskou op. Draait de wind naar het noordoosten dan wordt het niet meteen koud maar als de winter zich heeft genesteld dan zitten we in de Benelux ook gelijk in de winterkou. Bij een stevige continentale aanvoer ver uit Rusland dan maakt het niet zoveel verschil of de golfstroom verzwakt.
De Noordzee wordt gevuld met water vanuit de Atlantische oceaan. Een deel komt via de straat van Dover en stroomt langs de kust. Een groter deel komt om Schotland heen en vult de rest van de Noordzee. Wanneer de golfstroom verzwakt zal ook de Noordzee afkoelen. Bij winden tussen west en noord zal dat invloed hebben op de temperatuur in de Benelux, zeker in de kustgebieden.
Aanvoer tussen zuidwest en zuidoost zal niet beïnvloed worden door verandering in de THC. Dat wil niet zeggen dat dat voor elke zuidenwind geldt. Soms is de zuidenwind een noordelijke stroming die weer terugkeert en haar eigenschappen voor een deel behoudt.
Ook kan een warme zuidelijke stroming gaan opglijden tegen de koele lucht boven de Britse Eilanden en de Noordzee. Dat geeft dan bewolking en regen i.p.v. zon. Dat zal zeker in het voorjaar en de zomer de temperatuur drukken.
Het meest complexe is de invloed op drukgebieden en stromingspatronen. Velen denken dat boven het koudere water vaker hogedrukgebieden voorkomen, bijvoorbeeld bij Schotland of IJsland. Want koude lucht is zwaarder dan warme lucht dus geeft dat hogere druk. Maar in werkelijkheid zie je op de weerkaarten meestal de lagedrukgebieden in de koude lucht en hogedrukgebieden in de warme lucht. Koudbloedige hogen stellen meestal weinig voor. Niet de temperatuur maar de verandering daarvan bepalen de gronddruk, samen met processen in de bovenlucht. Stroomt er in de zomer warme lucht vanaf Canada of Skandinavië over het koudere water van de North-Atlantic dan zal die sneller afkoelen en gaat de druk stijgen. De wind waait hier dan sterker uit noord- tot noordoost. Maar wanneer er 's winters arctisch lucht vanaf Canada of Groenland de oceaan opstroomt gebeurt dat niet.
De temperatuurverschillen tussen noord en zuid worden juist groter stroomopwaarts. Dit versterkt de straalstroom die depressies in hoog tempo naar Europa stuurt. Is de noord-Atlantische oceaan warm, zoals de laatste tien jaar, dan hebben we ook west-circulaties met depressies. Maar de verschillen in temperatuur manifesteren zich vooral in de bovenlucht. De polaire lucht achter het koufront is onderin ook vrij zacht. Bij een koudere noordelijke oceaan zal het verschil tussen zacht en koel groter zijn nabij het aardoppervlak. Dit heeft ook effect op de luchtdruk rond depressies met gevolg dat de wind sterker zal draaien bij het passeren van een front. Voor een warmtefront krimpt de wind naar oost i.p.v. zuid en draait bij passage scherp naar zuidwest. Achter de depressie draait de wind dan naar noord en komt de vorst uit Skandinavië bijvoorbeeld het land in. Depressies nemen dan dus een zuidelijkere koers. Dat geeft 's winters vaker frontale sneeuwval of ijzel. De kans op winters van het type 1979 wordt groter wanneer de THC verzwakt.
Tot slot is het mijns inziens sterk van belang hoe het koudere water over de oceaan is verdeeld. Ligt het zwaartepunt in de noordoostelijk oceaan (regio IJsland, Schotland tot aan Spitsbergen en de Noordkaap) dan wordt hier duidelijk kouder. Bij het zwaartepunt in het noordwesten (ten zuiden van Groenland) wordt de NAO hoger en krijgt west-Europa te maken met dominantere zuidwestenwinden. In de jaren '70 en '80 was de Atlantische oceaan ook kouder, met het dieptepunt vaak in die hoek. De Benelux beleefde toen vaak zachte winters en ook een aantal warme zomers maar de herfst was gemiddeld koud. Overigens correleert de gemiddelde wintertemp in De Bilt het sterkts met het O-W verschil langs de Azoren.
In onderstaande figuur heb ik de zeewatertemperaturen van de Atlantische oceaan, noord van de lijn Florida-Marokko (30°NB), ingedeeld in kwadranten.
Het gaat om het 5-jarige gemiddelde van Kaplan SST-anomaliëen van het najaar over de periode 1948 t/m 2006.
(Invalid img)
groet Victor
Quote selectie