Jazeker maakt dat wel uit, want je moet geen kunstmatige warmte gaat meten doordat straling weerkaatst van gebouwen/ramen enzovoorts ervoor zorgt dat de omgeving rond de sensor extra opwarmt en niet eerst uitmengt zodat je een representatieve waarde voor de directe omgeving hebt.
Een extreem voorbeeld: een weerstation neerzetten bovenop een met teer besmeerd dak met aan weerszijden glazen ramen zal deze dagen voor extreme metingen zorgen. Je krijgt extra reflectie van zonlicht op de sensor via de ramen (dubbele warmte) en de opslag van warmte in het teer zorgt voor een kunstmatige warmtestroom. Die warmtestroom is zeker van belang, maar je moet het station er niet gelijk naast zetten. Dat is niet representatief voor de omliggende omgeving van 10-20 km.
Er is een reden waarom de meetstations in een meetparkje met gras staan, zo ver mogelijk van elke bebouwing af. Op die manier meet je de werkelijke atmosferische temperatuur, gemengde lucht waarbij de meetlocatie niet significant koeler of warmer is dan de omgeving vanwege warmte die via een omweg de locatie bereikt. Alleen de temperatuur van gemengde omgevingslucht is van belang. De sensor zelf mag ook de warmte niet oppikken, de omgeving moet opwarmen en mengen.
Het bovenstaande sluit op zich stations in stedelijke gebieden niet uit, maar je kan lang zoeken naar een park o.i.d. dat groot genoeg is om toch neutrale waarnemingen te krijgen. In een dergelijke meetreeks zie je dan wel duidelijk het effect van stadswarmte terug, maar dat is dan ook authentiek: bebouwing is een (weliswaar antropogene) vorm van bodembedekking. De warmte die de bebouwing vasthoudt en weer uitstraalt draagt -na menging- ook gewoon bij aan de omgevingstemperatuur. New York Central Park is een mooi voorbeeld van een stedelijk station dat nog min of meer aan de eisen voldoet.
Gr. Ben
Quote selectie