De lagedrukgebieden met daarin de (onweers)storingen smoorden tegen het hoog.
Daarbij de meeste onweersbuien en storingen van de laatste dagen ontwikkelden niet door convectie vanaf de grond (agv sterke aanwarming), maar door (geforceerde) optilling van boven de grenslaag. Daar zat ook de meest vochtige lucht die ook nog eens enigszins onstabiel was. De lucht in de onderste lagen was veel droger.
Hierdoor konden er ook 's nachts en 's morgens vroeg al buien ontstaan, als het op onze leefhoogte nog relatief koel is.
Hoewel er gisteren in Duitsland wel lokaal een warmteonweerbuitje ontstond die vanaf de grond was ontwikkeld, maar daarvoor moest de temp wel naar de 30 graden gaan. voor hetzelfde geld was er overigens z'n bui in NO-NL ontstaan, de temps liepen daar ook aardig op gisteren.
Quote selectie