Je kijkt alleen naar absolute records, extremen zijn niet persé records

. Kijk naar de trend in het 95%-percentiel bijvoorbeeld van de zomermaxima. Die is tussen 1948-1977 en 1978-2007 bijna 1,5x zoveel toegenomen als de gemiddelde zomertemperatuur. Het grote probleem is dat je a) kijkt naar gemiddelden versus percentielen, de verdeling wordt niet beschouwd, en b) we kijken naar tendensen in gemiddelde temperatuur versus maximale waarden in één seizoen. Die verdelingen zijn weliswaar enigszins fysisch gerelateerd, maar toch beduidend verschillend. Je hebt gelijk als je zegt dat de mediaan van de hoogste zomertemperatuur ongeveer evenveel is gestegen als het 95%-percentiel, terwijl het 5%-percentiel bijna 1,7x zo sterk is gestegen. Maar als je de tendens in hoogste zomertemperatuur vergelijkt met die van d gemiddelde zomeretmaaltemperatuur, dan moet je concluderen dat de verdeling van de eerste sterker is opgeschoven dan de tweede.
Misschien is het allemaal wat onduidelijk en moet ik gewoon alle maxima en minima in de zomer tussen 1948 en 2007 beschouwen versus alle etmaalgemiddelden. Die twee verdelingen compenseren voor hun verschuiving in gemiddelde en dan gaan vergelijken. Ik denk dat elke verdeling weer significant anders is veranderd ten opzichte van elkaar. Het is nog niet zo makkelijk om precies te bepalen of extreem warme dagen nu frequenter voorkomen, of dat de absolute waarde van 'extreem warm' sterker is gestegen dan die van 'extreem koud' voor de minima of het gemiddelde over een etmaal (waarin beiden min of meer verwerkt zitten).
Tot nu toe lijkt het i.i.g. wel dat de hoogste zomertemperaturen sneller opwarmen dan de gemiddelde etmaaltemperatuur in de zomer. Maar dan vergelijken we dus eigenlijk appels met peren. Hebben we het over dagextremen binnen een zomer of over extremen in de gemiddelde zomertemperatuur?

Wat betreft dat laatste, de verandering in resp. mediaan/5%/95% is 0,75/0,80/0,86. Het 95%-percentiel is dus het sterkste gestegen, 15% meer zelfs dan het gemiddelde.
Gr. Ben
Quote selectie