Exoten in Lennik
Halsbandparkieten: een mooie plaag
’t Was maart 1991 toen ik voor het eerst las over halsbandparkieten ‘in het wild’ in België.
Van nature komen deze tropische vogels [Psittacula krameri] voor van het Indische subcontinent tot in Afrika. Het gaat om lawaaierige helgroene vogels, ongeveer zo groot als een duif maar slanker en met een lange staart. Zoals andere parkieten hebben zij een zware gekromde snavel, die bloedrood is in dit geval. Hun naam danken zij aan het feit dat sommige volwassen mannetjes een roze nekband hebben. Je hoort meestal eerst het gekrijs van zo’n groep parkieten - want zij opereren in groep - voor je hem door de lucht ziet scheren.
Destijds werden deze dieren massaal ingevoerd als huisdier. Exemplaren die ontsnapten of die werden losgelaten wisten zich aan te passen buiten hun oorspronkelijk areaal o.a. in Turkije, Engeland, Nederland, Verenigde Staten van Amerika enz.… In België werd reeds eind de jaren zestig hier en daar zo een losgelaten exemplaar gezien. De echte aanpassing is echter begonnen in 1974 nadat een 15tal exemplaren opzettelijk werden vrijgelaten door een verantwoordelijke van de kleine zoo van “Meli” op de Heysel in Brussel, toen deze werd gesloten. [Roland de Schaetzen – Sociëté d’Etudes Ornithologiques AVES]. Deze vogels zouden zich dan vrij snel hebben ingeburgerd in de noordoostelijke wijken van Brussel. Het eerste broedgeval buiten het Melipark had waarschijnlijk plaats in 1975. Sindsdien is hun aantal blijven toenemen en hebben ze zich ook verder verspreid.
Hoe overleven
De dieren die onze winters doorkomen behoren tot een ondersoort die in het Noorden van Indië leeft tot aan de voet van de Himalaya waar de temperaturen soms heel laag kunnen zijn. Het zijn zaadeters, zodat zij ook in de winter aan voedsel geraken, en ze aarzelen ook niet voedseltafels leeg te roven die door goedmenende vogelliefhebbers in de winter worden buitengezet. Bovendien weten zij, naargelang het seizoen, hun menu aan te passen aan het beschikbare voedsel. Zo eten zij in het voorjaar ook veel scheuten en boomknoppen en later vruchten van wilde bomen maar ook uit onze boomgaarden (kersen, pruimen…).
Nu ook in Lennik
Dit artikel kwam tot stand nadat mensen uit Lennik ons, eerder opgetogen, berichtten over een nieuwe vogelsoort in hun buurt. Inderdaad doorklieft sinds deze zomer minstens één groepje van een achttal halsbandparkieten het luchtruim van Lennik. Wijzelf hebben in Lennik een eerste koppeltje waargenomen in 2002. Een paar jaar vroeger werden wij door gekrijs van soortgenoten opgeschrikt op een terrasje in het park Coloma in Sint-Pieters-Leeuw. In het tijdschrift van de Leeuwse Natuurvrienden van april 1995 lezen wij een bezorgd bericht dat zij “in december 1994 hun eerste kwetterende ‘wilde’ parkiet op Leeuwse bodem, met name in het Negenmanneke (naast het domein van de Paters van Scheut” hadden waargenomen. Waarschijnlijk tekenen wij hiermee meteen het traject dat deze vogelsoort heeft gevolgd om onze gemeente te bereiken.
Mooi maar…
Het enige negatieve dat een Lennikse burger ons over deze dieren vertelde ging over het vervelend luidruchtig gekrijs. Maar dit is niet alles.
Wij hadden het reeds over het feit dat zij zowat alles eten wat plantaardig is: granen, boomknoppen, jonge scheuten, fruit… Als zij nog wat talrijker worden kunnen zij dus uitgroeien tot een ernstige plaag. In Indië worden halsbandparkieten als een pest aanzien wegens de schade die zij berokkenen aan cultuurgewassen.
In de natuur zijn zij voedselconcurrenten voor onze inlandse vogels die dan steeds het onderspit moeten delven. Erger voor de natuur is het feit dat zij - als holenbroeders - de steeds zeldzamer wordende natuurlijke holtes in bomen e.d. in beslag nemen en op die manier de voortplanting van onze holenbroedende vogels (mezen, boomkruipers, steenuiltjes…) boycotten.
Voorgaanden
Dat de mens zich enigszins ongewild maar toch… moeilijkheden op de hals haalt door vreemde organismen binnen te halen waar ze niet thuishoren is niet nieuw. Wij leerden op school de problemen die er in Australië ontstonden door de introductie van het wild konijn. Bij ons zitten wij o.a. met de muskusrat die hier kwam door de kweek voor de pels, wij hebben de Aziatische eekhoorn, de nijlgans en de Canadese gans, de brulkikker, de roodwangschildpad… Het feit dat deze dieren, op één of andere manier concurrent zijn van onze inheemse fauna en meestal agressiever, en het ontbreken bij ons van hun natuurlijke vijanden maakt dat zij hier dikwijls de vorm aannemen van plaag. Is het niet direct voor de mens, zoals de muskusrat, dan toch voor onze natuur.
Wij denken dus best even na voor wij een of ander exotisch dier in huis halen.
Quote selectie