...op enige hoogte.
Onder de bewolking ten oosten van de buien koelt het aan de grond langzamer af en vindt de ontkoppeling van de grenslaag in mindere mate plaats. Hierdoor blijft de wind op hoogte daar enigszins gekrompen (onderin juist enigszins geruimd) t.o.v. het opklaringsgebied ten westen van de buien.
Dit veroorzaakt wellicht een versterkte convergentie op enige hoogte (zeg maar boven de 100m) nu het nachtelijk windmaximum zich in het gebied ten westen van de buien begint te vormen.
In Cabauw is hier overigens niks van te zien. Daar zit een zone met weinig drukgradiƫnt en dus een zwakke geowind.
Ik denk dat die buientoppen niet zo veel merken van de ondergaande zon.
De topjes fungeren natuurlijk desondanks nog wel als stralingsoppervlak, maar jouw verklaring zal doorslaggevender zijn wat betreft het doorgaan van de buien nu enkele uren na zonsondergang. Ik kan trouwens in de windrichtingen moeilijk detecteren of de door jou beredeneerde gevolgen zichtbaar zijn, de nabijheid van de convergentielijn en een mesolaagje boven Luxemburg verstoren het windpatroon (voor zover er al wind staat). Ondanks dat je zelden iets goed kunt controleren, blijft het toch interessant dit soort dingen vanuit theorie te beredeneren.
Gr. Ben
Quote selectie