De Maan spreekt al eeuwen tot de verbeelding. Zij is een betrouwbaar lichtbaken gedurende de nachtelijke uren, doet de harten van verliefden sneller slaan en de Maan kan je zelfs gek maken (je krijgt dan een "lunatic"). Veel meer eigenschappen worden aan de Maan toebedicht en wij gaan nu eens kijken in hoeverre de Maan in staat is het weer te beinvloeden.
De Aarde en de Maan zijn eigenijk een vreemd duo, want ten opzichte van de Aarde is de Maan eigenlijk veel te groot. De diameter van de Maan is ruim een kwart van die van de Aarde. Vergelijk dat maar eens met Venus, die bijna even groot is dan de Aarde, maar geen maan bezit, en met Mars die twee manen heeft, maar dat zijn eigenlijk een tweetal rondtollende bergen met een doorsnede van slechts enkele tientallen km's. Nee, manen van het formaat van onze Maan treffen we verder alleen aan rondom de reuzenplaneten van ons zonnestelsel, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus.
Geleerden zijn er in grote meerderheid over eens dat de Aarde en de Maan niet gemeenschappelijk zijn ontstaan, maar dat de Maan zijn oorsprong vond in een katastofale gebeurtenis die plaatsvond toen de Aarde pas net was ontstaan. Deze gebeurtenis wordt "de grote spetter" genoemd. Een planeet ter grootte van Mars kwam toen in botsing met de Aarde, waarbij de indringer grotendeels verdampte en alleen de kern versmolt met de Aarde. Ook veel materiaal van de buitenste lagen van de Aarde werden de ruimte ingeslingerd en het gevolg was een zeer dichte ring van puim die om de Aarde ging cirkelen. Spoedig vond hierin een verdichting plaats, waaruit uiteindelijk de Maan ontstond. Dit lijkt een fantastisch verhaal, maar computersimulaties hebben aangetoond dat de kans groot is dat het zo is gegaan.
Vroeger stond de Maan veel dichterbij de Aarde, op zo'n 150 duizend km afstand en draaiden zowel de Aarde als de Maan veel sneller om hun assen dan tegenwoordig. Door een ingewikkeld zwaartekrachtspel tussen de Zon, de Aarde en de Maan gingen zowel de Maan als de Aarde steeds langzamer om hun as draaien en dreven tegelijkertijd steeds verder uit elkaar. Dit proces gaat ook tegenwoordig nog steeds door. De Maan is al lange tijd geleden door de Aarde "stilgezet" en daarom kijken we steeds tegen dezelfde kant van de Maan aan. In de zeer verre toekomst, over zo'n 5 miljard jaar, zal het Aardse etmaal niet 24, maar 36 uur bedragen. De afstand Aarde-Maan wordt ieder jaar zo'n drie-en-een-halve cm groter.
Uiteraard oefent de Maan veel invloed op de Aarde uit. Haar zwaartekracht trekt hard aan ons, dat merken we vooral als we een dagje aan zee vertoefen. Twee derde van de eb en vloedbeweging van het water wordt door de Maan veroorzaakt, de rest door de Zon. Dergelijke eb en vloed bewegingen vinden ook in de atmosfeer plaats, maar die effecten zijn moeilijker meetbaar. De luchtdrukverschillen die hierdoor worden veroorzaakt, bedragen wellicht hooguit 1 mbar of hPa.
Daarmee komen we dan vanzelf op de beinvloeding van het weer door de Maan. Voor veel mensen is het vanzelfsprekend dat die invoed er is, een invloed die zich vooral doet gelden tijdens volle- en nieuwe Maan. Vele weerspreuken refereren hieraan. Zo is bijvoorbeeld 's winters de kans op vorst groot, tijdens volle Maan. Hier is echter duidelijk een verwisseling van oorzaak en gevolg aan de hand. Een volle Maan is uitsluitend 's nachts te zien, maar dan moet het wel helder zijn. In een heldere winternacht is de kans op vorst uiteraard groter dan in een bewolkte nacht.
Een wijdverbreid geloof is ook dat het weer tijdens een "strategische" schijngestalte van de Maan (nieuwe- en volle Maan; eerste en laatste kwartier) een omslag laat zien. Nu is het weer hier ten lande nogal variabel en is het al moeilijk te definieren wanneer er sprake is van een omslag. Iedere zeven dagen vindt zo'n strategische schijngestalte plaats en de kans is vrij groot dat beide samenvallen. En dat geldt zeker als men het minder nauw neemt met het exacte tijdstip en de weersomslag ook een dag eerder of later mag plaatsvinden.
We concentreren ons eens op de belangrijkste stelling, namelijk dat er tijdens nieuwe Maan een weersverslechtering plaatsvindt. Veel weerspreuken wijzen hierop, zoals "een nieuwe Maan zal in regen vergaan." Uw auteur heeft in het verleden het weer in zijn woonplaats het weerbeeld op de dag voor, tijdens en de dag na nieuwe Maan (drie dagen op rij dus) eens vergeleken. Dat deed hij voor 100 nieuwe Manen op rij, oftewel een periode van bijna acht jaar. Kort gezegd bestond de toetsing hieruit dat ieder van deze honderd drietallen een cijfer kreeg van "0" tot "10", waarbij bij een "0" het weer juist drastisch verbeterde (in tegenspraak met de stelling dus), bij een "5" het weer niet veranderde en bij "10" een drastische weersverslechtering plaatsvond (en de stelling dus geheel klopte). Als de stelling zou kloppen zou er gemiddeld dus een hoog cijfer uit de bus moeten komen. In werkelijkheid kwam het gemiddelde cijfer op 5.1 uit, precies het resultaat wat je zou verwachten als het weer zich niets van de nieuwe Maan zou aantrekken.
Wie even nuchter nadenkt, zou moeten concluderen dat de stelling ook niet juist kan zijn. Stel dat het weer wel vaak zou verslechteren tijdens nieuwe Maan en het gemiddelde eindcijfer bijvoorbeeld 8.0 zou zijn. Als het in Nederland nieuwe Maan is, dan is dat overal op Aarde zo. Er hoeft niet te worden uitgelegd dat een weersverslechtering in Nederland niet betekent dat het weer in bijvoorbeeld het Alpengebied, langs de Costa Blanca of in New York ook verslechtert. Dat de Maan alleen in Nederland het weer zou besturen en niet elders, is absoluut niet te verklaren. Gelukkig hoeft er naar zo een vreemde verklaring gezocht te worden, want ondanks alle weerspreuken die anders beweren, is een verband tussen de nieuwe Maan en het weer dus niet aangetoond.
Heeft de Maan dan in het geheel geen invloed? Dat is niet helemaal waar, maar die invloed is hooguit zeer lokaal en beperkt. Van dat laatste wordt een voorbeeld gegeven. Op een warme, zonnige zomermiddag, bij een zuidoostenwind, zal de maximumtemperatuur op de Wadden het hoogst zijn als de warme lucht via een drooggevallen wad, dus tijdens eb wordt aangevoerd. Bij verder gelijke omstandigheden zal dit effect het sterkst zijn als het tijdstip van laagwater in de middag valt. Het tijdstip van hoog- en laagwater schuift ieder etmaal ongeveer drie kwartier op, overeenkomend met de veranderende positie, en dus de schijngestalte van de Maan. In dit speciale geval kan men dus wel enig verband zien tussen de schijngestalte van de Maan en de maximumtemperatuur.
Bron: Meteo Consult.
Quote selectie