Veel windschering in de onderste kilometer (meer dan 20 knopen, of 10 m/s), hoge treksnelheid van de buien (ook veel wind op hoogte dus), lage condensatieniveaus (lager dan 500m, eerder orde enkele honderden meters), en een klein beetje CAPE vanaf de grond.
Die windschering onderin is belangrijk zodat de buien 'heliciteit' invangen. Dit principe kun je als volgt begrijpen.
Stel je een schoepenrad voor, waar je vanaf het zuiden tegenaan kijkt. Stel bovendien dat er aan de grond een zwakke, en op enige hoogte een zeer krachtige westenwind staat. Het schoepenrad zal dan (vanuit het noorden gezien) met de wijzers van de klok meedraaien.
Als nu een bui vanuit het noorden nadert en diens stijgstroom het schoepenrad vóór je onderschept, dan zul je dat rechtsom draaiende schoepenrad in de stijgstroom zien kantelen. Van bovenaf gezien wordt de draaiing van het schoepenrad dan linksom.
Ik heb het even met Paint geschetst hieronder.
Je kunt je misschien ook voorstellen dat een bui die pal uit het oosten of westen zou komen het schoepenrad niet zou kantelen! In dat geval zou het schoepenrad in z'n geheel omhoog en omlaag bewegen en zou er geen horizontale rotatie door wervelkanteling ontstaan.
Dit is hoe een mesocycloon zich kan vormen. Doordat de lucht ook nog eens versneld omhoog beweegt in een stijgstroom, heb je ook nog eens het pirouette-effect (wervelstrekking), waardoor de rotatie geconcentreerd wordt in een smallere wervel.
Hoe meer CAPE er is, hoe sterker dit wervelstrekkingseffect. Toch is er bij een sterke windschering als gisteren maar een klein beetje CAPE nodig voor een tornado.
De lage condensatieniveaus zorgen ervoor dat de versnelde stijgbeweging al vrij dicht bij het aardoppervlak plaatsvindt. Boven het condensatieniveau komt immers condensatiewarmte vrij, die de stijgstroom een extra 'boost' geeft. Bovendien heb je met lage condensatieniveaus (en dús zeer hoge relatieve luchtvochtigheden onderin) minder last van verdampingsafkoeling die de stijgstroom kan verzwakken.
Groet,
Alwin
Quote selectie