Bedankt voor de aanvulling.
Ik heb geen vergelijking gemaakt met het (lage) klimatologische gemiddelde van 1961-1990 maar gewoon naar de voorgaande jaren gekeken.
De hoogte van 500 hPa hangt samen met de temperatuur van de onderliggende luchtlaag maar ook met de gronddruk. Aangezien de gronddruk in een uitgestrekt gebied, groter dan de noordelijke IJszee, niet veel af kan wijken van 1013 hPa leek het me een goede maat voor de kwantiteit aan warmte boven 60°NB. Mocht de gemiddelde gronddruk wel lager zijn dan wijst dat op een grotere depressieaktiviteit deze zomer wat gepaard gaat met meer bewolking en dus minder instraling. Ook de temperatuur op 850hPa is meegenomen. Een vrij lage T850, in combinatie met hogere Tgrond zou kunnen wijzen op stratocumulus. De kaarten geven dus een indicatie van een combi van de hoeveelheid warmte en instraling in het poolgebied. Beiden spelen een belangrijke rol bij het afsmelten van het poolijs.
Maar het gaat hier wel om een steekproef. Eerdere steeksproef gewijze vergelijkingen deze zomer gaven echter hetzelfde de beeld.
Victor
Quote selectie