Het Maunder minimum valt tevens ook samen met een periode van extreem koud weer in het westen van Europa, en misschien ook over de andere werelddelen. Deze periode wordt in de geschiedenis "De kleine ijstijd" genoemd. Gedurende deze periode werd het zo koud dat rivieren en meren die nooit konden dichtvriezen bevroren waren en de sneeuw niet smolt gedurende het jaar ook op lagere breedtegraden. Ongeveer halverwege de 17de eeuw daalde de temperatuur enorm, zo laag zelfs dat de baltische zee en de Thames in London geregeld dichtgevroren waren. Het ijs op de rivier Thames was zo dik dat er toen festivals op plaats vonden. Één van deze festivals werd geschilderd door een Nederlandse schilder Abraham Hondius in December 1676. Ook andere schilders maakten schilderijen met ijzige tafferelen rond deze periode.
Toch is de opwarming van de laatste ca. twintig jaar qua amplitude veel groter dan de 'kleine ijstijd' hier in W-Europa (of de 'kleine ijstijd' een mondiaal fenomeen was, daarover zijn de meningen verdeeld; in elk geval stelde het mondiaal niet zoveel voor).
Nog altijd is 1963 de op één na koudste winter sinds tenminste 1706...
Quote selectie