Is het nu zo dat er boven de mist in de zuidelijke helft van Nederland geen wolken hangen (vandaar die mist?)
En dat de wolken boven de noordelijke helft van het land, juist mist tegenhouden?
Dus zou je nu kunnen zeggen dat als het nu zomer was, dat het bewolkte noorden van nu dan ook bewolkt zou zijn geweest en dat het mistige zuiden dan juist in de blakende zou hebben gelegen?
Maar waarom gaan mist en wolken vaak niet samen; het zijn toch beide wolken?
Ik bedoel soms zie je dat het heel erg mistig is, maar dat de mist opeens verdwijnt, omdat er gewone bewolking overheen komt. Maar in feite is mist toch ook bewolking maar gewoon op erg lage hoogte?
Of heeft dat weer te maken met uitstraling?
Groetjes van Stefan.
Juist!
Mist is wit en ontvangt dus weinig zonnewarmte maar straalt wel warmte uit. Onder een heldere hemel straalt de bovenkant van de mistlaag meer uit in het infrarood dan het terug krijgt van de atmosfeer. Hierdoor koelt de mistlaag af en houdt zodoende het condensatieproces in stand.
Dat is ook de reden dat het overdag in mistgebieden vaak aanmerkelijk kouder blijft.
Drijven er echter wolkenvelden over de mistlaag heen dan temperen die de uitstraling en de afkoeling verdwijnt. Soms warmt de bovenkant van mistlaag zelfs op wanneer de wolken warmer zijn dan de mistlaag. Het condensatieproces stopt en de mistdruppeltjes regenen langzaam uit zodat de mist verdwijnt.
Het werkt alleen als de wolkenlaag los van de mistlaag zit. Wanneer een warme stratusdeken zich met de mist mengt lost het niet op.
groeten Victor
Quote selectie