Het is niet zo, dat naarmate de zon een lagere stand bereikt, de temperatuur gelijkmatig omlaag gaat en het ijs gelijkmatig aangroeit.
Een lagere zonnestand zorgt weliswaar voor steady lagere temperaturen. Maar wat ook meespeelt is de verdeling van de luchtdruk en bewolking. Luchtdrukverschillen en daarmee samenhangende winden zorgen voor verplaatsing van het (altijd drijvende Arctische) ijs, bewolking tengevolge van (afwezigheid van) fronten zorgt voor meer/minder uitstraling en dus ijsgroei. En dan is er nog de kracht en temperatuur van oceaanstromingen die de Arctische Oceaan beïnvloeden, meestal vanaf de Beringzee via de noordpool richting de Atlantische Oceaan.
Omdat het maximum van de hoeveelheid ijs (in de winter) weinig verandert, maar het minimum (in de zomer) wel snel vermindert, wordt de amplitude (het verschil) groter. Dit zorgt zowel voor een snellere afsmelt als een snellere bevriezing. Maar door de eerder genoemde factoren is dit niet een mooi rechtlijnig proces, zodat er van jaar tot jaar en van maand tot maand aanzienlijke verschillen kunnen optreden.
Quote selectie