Goedemiddag,
als we de voorgeschiedenis van de vorstinval van eind 1996 bekijken, merken we een aantal dingen op.
November was een meridionale maand, met enkele Groenlandimpulsen. Het meanderende patroon zette zich verder in de maand december, opnieuw met de nodige impulsen richting Groenland. Dit leidde aanvankelijk niet tot winterweer. Tussen 10 en 15 december zorgde een Eurohoog voor een inversieprik, met overdag temperaturen rond of net onder nul, en 's nachts meest lichte vorst.
Ten W van Europa nestelde zich vanaf half december een fors lagedrukgebied dat de druk in de regio Ijsland deed toenemen. De temperatuur steeg in eerste instantie richting 10°, maar al snel werd een oostelijke stroming in gang gezet, met al een bescheiden koudeadvectie.
Vanaf de 20ste december won de vorst terrein met stilaan negatieve etmaalgemiddelden en geleidelijk op de meeste plaatsen ijsdagen. Intussen werd de vorst in NO-Europa scherper en scherper.
Op 26 december stroomde een portie zeer koude lucht ten ZO van de Benelux, met een heuse winterveeg in de Balkanregio, delen van Centraal - en Oost-Europa.
Door hernieuwde WAA richtte het Ijslandhoog zich verder op, met een invallende NO-stroming. Op de 29ste en 30ste zorgden storingen (arctisch front) voor sneeuwval in delen van Belgisch en Nederlands Limburg, bij permanente vorst. In Houthalen dikte de sneeuwlaag aan tot een centimeter of 7. Op 1 januari steeg het kwik hier niet boven de -12°!
Daarna zorgden oostenwinden en later ZO-winden voor dagenlange permanente vorst boven een mooi sneeuwlandschap hier. Doordat heel Centraal - en Oost-Europa op voorhand volgestroomd waren met ijskoude lucht (en sneeuw), kunnen we stellen dat de koudegolf op een ideale wijze werd ingeleid.
Groeten
Quote selectie