brak
2 (bn.)
1 (van zoet water in rivieren en plassen) enigszins zout door vermenging met zeewater
2 [inf.] gammel, ziekjes na te weinig slaap of overmatig alcoholgebruik
En deze heb je ook nog:
brak
1 (de ~ (m.), ~ken)
1 jachthond die lopend wild zoekt en volgt
Quote selectie