Hallo mensen,
Het valt me op dat de vervoeging van weerkundige werkwoorden nogal eens misloopt. Je komt dingen tegen als "het vrieste" en dat kan natuurlijk niet. Vandaar even een resumé.
Baggeren: het baggert/baggerde/heeft gebaggerd
Buusten (W-Vlaams: heel hard waaien): het buust/buustte/heeft gebuust
Donderen: het dondert/donderde/heeft gedonderd
Dooien: het dooit/dooide/heeft gedooid
Flatsen: het flatst/flatste/heeft geflatst
Fluimen: het fluimt/fluimde/heeft gefluimd
Forumen: hij forumt/forumde/heeft geforumd
Gieten: het giet/goot/heeft gegoten
Hozen: het hoost/hoosde/heeft gehoosd
IJzelen: het ijzelt/ijzelde/heeft geijzeld
Lantaarnpaalstaren: hij lantaarnpaalstaart/lantaarnpaalstaarde/heeft gelantaarnpaalstaard
Krokkeren (W-Fries: heel licht sneeuwen): het krokkert/krokkerde/heeft gekrokkerd
Misten: het mist/mistte/heeft gemist
Motsneeuwen: het motsneeuwt/motsneeuwde/heeft gemotsneeuwd (idem voor
(dakraam)sneeuwen en (mot)regenen)
Onweren: het onweert/onweerde/heeft geonweerd
Opklaren: het klaart op/klaarde op/is opgeklaard
Plenzen: het plenst/plensde/heeft geplensd
Smeren: het smeert/smeerde/heeft gesmeerd
Smuken (W-Vlaams: druppelen, lichtjes regenen): het smuukt/smuukte/heeft gesmuukt
Stinken: het stinkt/stonk/heeft gestonken
Stormbuien: het stormbuit/stormbuide/heeft gestormbuid
Strooien (er valt neerslag in de vorm van pekel): het strooit/strooide/heeft gestrooid
Viezen: het viest/viesde/heeft geviesd
Vriezen: het vriest/vroor/heeft gevroren
Waaien: het waait/woei of waaide/heeft gewaaid
Weerlichten: het weerlicht/weerlichtte/heeft geweerlicht
Weerwoorden: hij weerwoordt/weerwoordde/heeft geweerwoord
Winteren: het wintert/winterde/heeft gewinterd
Nog aanvullingen?
Groet,
Alwin
Bedankt voor de aanvullingen!
Quote selectie